Christopher Reichl

Ijun

IJUN TIMELINE

1934 (januari 3): Takayasu Rokurō werd geboren in Naha City, het eiland Okinawa, als de zesde zoon.

1943: Takayasu had een visioen van het toekomstige bombardement op Naha City dat plaatsvond in oktober 1944.

1944: Takayasu wordt in september naar Taiwan geëvacueerd in afwachting van oorlogvoering; hij keerde terug in 1946.

1952: Takayasu's vader, die lid was geweest van het prefectuurparlement van Okinawa en theatermanager, stierf.

1966: Takayasu sloot zich aan bij Seichō no Ie en was van 1970–1972 hoofd van de afdeling Okinawa.

1970: Takayasu ontvangt een mystieke openbaring van het bestaan ​​van Kinmanmon, de belangrijkste godheid van Ryukyu (de vroegere naam van Okinawa)

1972: Takayasu onderging een pelgrimstocht naar India en Zuidoost-Azië.

1972-1973: Ijun werd formeel opgericht en het hoofdkantoor in Naha City werd geopend. Het heette eerst Ryukyu Shinto Ijun, vervolgens Ijun Mitto en tenslotte Ijun. Later, in 1983, werd het hoofdkantoor verplaatst naar Ginowan City. In Hawaii heette Ijun voor het eerst Okinawa Original.

1974: het maandelijkse tijdschrift Ijun begon met publicatie.

1980: Juridische oprichting en formele registratie van Ijun onder de Japanse wet op religieuze corporaties.

1984: The Fire Festival werd voor het eerst uitgevoerd door Takayasu in Hawaii, Big Island

1986: Een standbeeld van Kannon, The Goddess of Mercy, zesendertig meter hoog, werd gekocht en op het hoofdkantoor in Ginowan City geplaatst. Er was openbare kritiek op de constructie, die bestaande traditionele graven verstoorde.

1987: een hooggeplaatste medewerker van Takayasu is ondergedoken met ongeveer 300 miljoen yen, wat ernstige financiële problemen met zich meebrengt. Takayasu leende zwaar om door te gaan met Ijun. Het standbeeld van Kannon werd verkocht en verwijderd.

1988: Het machtsspel als onderdeel van rituele vieringen begon.

1989: De Big Island (dwz Hawaii Island) tak van Ijun begon na een decennium van informele oefening. Takayasu begon een spreekbeurt.

1989: Ijun vrouwelijke rituele leiders van het Vuurfestival werden vervangen door mannen.

1991: Takayasu onderneemt een lezingentour door Yokohama, Japan, Honolulu en Hilo op Hawaï en Los Angeles.

1991: De Yokohama-vestiging van Ijun wordt geopend.

1991: publicatie van Kuon geen Kanata (Beyond Eternity: The Spiritual World of Ryukyu) begon.

1992: Ijun-activiteit in Hilo, Hawaii piekte, met elf machtssymboolhouders die rituelen leiden.

1993: Takayasu Rokurō veranderde zijn naam in Takayasu Ryūsen (met behulp van de standaardwaarde van de tekens die zijn gebruikt om Ijun 龍泉 te schrijven).

1995: Drie goden werden toegevoegd aan het Ijun-pantheon. Naast Kinmanmon (eerst Kimimanmomu geheten en daarna Kinmanmomu) werden Fuu, Karii en Niruya toegevoegd.

1995: Takayasu veranderde zijn titel van Soshu naar Kushatii. In Hawaï bleef hij bisschop Takayasu heten.

2010: Ijun verloor eigendommen en formele organisatie.

2018: Takayasu vierde de vijfenveertigste verjaardag van de oprichting van Ijun, nu Karucha Ijun (Cultuur Ijun) geheten en een vennootschap met rechtspersoonlijkheid.

2018 (30 september): Takayasu stierf op vierentachtigjarige leeftijd aan hartfalen. Hij werd overleefd door vrouw (Tsuneko), oudste zoon (Akira), tweede zoon (Tsuneaki) en dochter (Tsuneko).

OPSCHRIFT / GROEP GESCHIEDENIS

Takayasu Rokurō [Afbeelding rechts] was de zesde zoon geboren in 1934 aan moeder Kiyo en vader Takatoshi in Naha City, de belangrijkste stad op het eiland Okinawa, de grootste van de Ryukyu-eilanden die in de negentiende eeuw onder Japanse controle kwamen te staan . In de kindertijd werd hij overgebracht naar een yuta (Ryukyuan traditionele genezer) die een aanzienlijk spiritueel inzicht in hem zag en voorspelde dat hij een voortreffelijk leven zou leiden met bovennatuurlijke vermogens. Toen hij veertien was, hoorde hij een dokter tegen zijn vader zeggen dat hij waarschijnlijk niet ouder dan achttien zou zijn vanwege pulmonair infiltraat. Vanwege dit, en als gevolg van gruwelijke incidenten in Taiwan, waar hij in oorlogstijd was geëvacueerd, ontwikkelde hij een intense angst voor de dood, en vervolgens neurose. Hij had fysieke pijn in Taiwan ervaren toen Okinawa in 1945 aan een zeebombardement werd blootgesteld. De angst voor de dood en neurose werd later overwonnen door zijn toetreding tot en het leren van de filosofie van Seichō nee Ie, die stelt dat alle ziekte een illusie is (Reichl 2011; Taniguchi 1985). Er wordt gezegd dat hij een jaar voordat het gebeurde een visioen had van Okinawa dat gebombardeerd werd. Hij werd uiteindelijk beschouwd als een spirituele genezer en levende kami (kaminchu). Bij het uitvoeren van geestgenezing binnen Seichō no Ie gebruikte hij Ryukyuan-geesten, wat tot kritiek leidde. Toen hij Seichō no Ie in 1972 moest opgeven, nam hij veel aanhangers mee om Ijun te starten. Nadat hij spirituele roeping (kamidaari) had ervaren in de vorm van gestoorde slaap en braken, genas hij hem door zijn openbaring van Kinmanmon (die de grootste god van Ijun werd, zie onder Leerstellingen / Overtuigingen). Vervolgens formuleerde hij de Ijun-theologie en begon hij het maandblad te publiceren Ijun in 1974 (Shimamura 1993).

Van kinds af aan acteerde hij op het podium, gefaciliteerd door zijn vaders rol als manager van een theater, Taishō Gekijō. Zijn vader was ook een politicus op prefectuurniveau. Takayasu bleef zijn hele leven acteren in theaterproducties, vaak in historische re-enactments van gebeurtenissen in het Ryukyuan-koninkrijk. In de tweede helft van de 1960s was hij een stemacteur voor een radiodrama dat de geschiedenis van Ryukyuan portretteert. Zijn overlijdensadvertentie identificeerde hem voornamelijk als een acteur, en gebruikt zijn oorspronkelijke voornaam, Rokurō, niet de naam die hij aannam tijdens zijn leiderschap over Ijun, Ryūsen (zie Shimamura 1982).

In ongeveer 1976 was Takayasu ziek met een niersteen. In een spirituele openbaring vertelde een stem hem dat er ergens een natuursteen bestond met spirituele vibraties die hem zouden genezen. Dientengevolge voerde hij een lange pelgrimstocht en onderzoek uit, maar verwierp aanvankelijk elke steen die hij vond als zijnde zonder spirituele kracht. Toen naderde hij in Chang Hua, Taiwan, bij een heiligdom genaamd Chintō-gū, de vergoddelijkte steen Sekitō-kō, brak tijdens het gebed in het zweet en ondervond een openbaring. Tegelijkertijd smolt zijn niersteen weg. IJun-aanhangers kennen Chinto-gu als een zusterheiligdom voor Ijun en bezoeken het op bedevaarten (Reichl 1993).

IJun groeide snel in de prefectuur Okinawa, inclusief op het eiland Miyako. Waarschijnlijk had het echter nooit meer dan ongeveer 1,000-aanhangers. In de hoogtijdagen werden er filialen gestart in Taiwan, Honolulu en Hilo op Hawaï en in Yokohama, Japan. Deze takken, ashagi genaamd, stuurden geld terug naar de belangrijkste tempel van Ijun in Ginowan City in Okinawa (Reichl 2003: 42-54).

In 1988 kocht Ijun een standbeeld van Kannon, The Goddess of Mercy, dat uittorende boven Ginowan City op een hoogte van zesendertig meter. [Afbeelding rechts] Er was publieke kritiek omdat de constructie de bestaande traditionele Ryukyuan-graven aan de basis verstoorde. Rond deze tijd, c. 1987, een naaste medewerker van Takayasu nam een ​​grote hoeveelheid geld door fraude, naar verluidt bijna 300 miljoen yen (ongeveer 2,000,000 dollar tegen de gemiddelde wisselkoers van 1987), en verdween, waardoor Ijun in een financiële crisis terechtkwam en Takayasu in een spirituele. Zware leningen door Takayasu brachten Ijun na een onderbreking van twee maanden weer in activiteit.

IJun-activiteit op Hawaii was sterk in de 1980s en een deel van de 1990s, en een filiaal werd op Hawaii Island in 1989 opgericht. Vanuit de centrale kerk in Ginowan City, Kinjo (Kaneshiro in het Japans), werd Mineko uitgezonden om rituelen en trainingen van lokale leiders uit te voeren (ze was voorheen bekend als Nerome Mineko). Er werd echter nooit een toegewijde kerk verworven, dus parkeren was altijd een probleem in het Pepe'ekeo huis van de Hawaï inwoner en filiaal Yoshiko Miyashiro waar het ritueel werd gehouden. Leiders, genaamd "power symbol holders" en benoemd door Takayasu, waren onder meer een Hawaïaans stel genaamd Sylvester en Mokihana Kainoa. Een conflict tussen twee belangrijke leden zorgde ervoor dat het filiaal van Hilo zich in twee takken splitste. Naarmate de tijd voortduurde, daalde Ijun in lidmaatschap en activiteit (Reichl 2005).

In Okinawa waren er conflicten tussen vrouwen in leiderschapsrollen, wat ertoe leidde dat aanhangers rituelen stopzetten (Reichl 1993: 324). Dit en de financiële strijd als gevolg van de fraude door Takayasu's naaste medewerker leidde tot een reorganisatie in 1989 waarin vrouwelijke leiders van rituelen werden vervangen door mannen. Door 1992 speelden "vrouwen duidelijk onderscheiden en ondergeschikte rollen", gedifferentieerd door de kleur van hun gewaden (geel in plaats van wit), hun positie op de altaarvloer (het verst van het altaar) en hun ondergeschikte (stille) rol (Reichl 1993: 312).

Tegen het einde van het decennium van 2000-2010 leidde de afname van het aantal leden in Okinawa en overzee tot existentiële dreiging. Veel van de aanhangers waren ouderen en niet gemakkelijk te vervangen door jongere mensen. Men denkt dat de groep is opgelost c. 2010 maar de exacte tijd en omstandigheden worden niet gerapporteerd. Het is echter waarschijnlijk dat vrouwen in de organisatie het informeel hebben voortgezet, gedeeltelijk door de traditionele vrouwelijke Ryukyuan-rol als geestgenezers aan te nemen (zie ook Watanabe en Igeta 1991). In 2015 richtte Takayasu het bedrijf Karucha Ijun (Culture Ijun) op ter vervanging van de religieuze groep, maar er is weinig onderzocht en geschreven over de activiteit van dit bedrijf. De ontbinding van Ijun is nog niet door geleerden in het veld bestudeerd.

RITUELEN / PRAKTIJKEN

IJun begon een ritueel met een oproep tot stil gebed, meimoku gasshō genoemd. Deze woorden worden gesproken door de rituele leider terwijl de deelnemers een houding van gebed aannemen. Bogen en klappen worden gebruikt om grote delen van het ritueel te accentueren. Twee bogen worden gevolgd door twee klappen (raihai, ni hakushu) en vervolgens door een laatste halve boog. Het ritueel wordt op dezelfde manier afgesloten.

Een kenmerk van de Ijun-service is de power-kaart. Elke aanhanger brengt iemand naar diensten en lezingen door Takayasu. Krachtkaarten (gelamineerde stukjes karton die klein genoeg zijn om in de palm van de hand te passen en gegraveerd met de personages voor Ijun), die elk jaar aan leden worden verkocht en ook machtsantennes worden genoemd, trekken universele kracht aan. De ontvangst van de kracht geneest en revitaliseert. Tijdens een powerplay houden leden de kaarten in stilte met gesloten ogen gedurende enkele minuten, rekening houdend met het doel van hun gebed. Wat wordt verkregen is niet de hulp van een godheid, maar de infusie van universele kracht. In Ryukyuan is theologie, mana of onpersoonlijke universele kracht een basisconcept (Sasaki 1984; Saso 1990; Lebra 1966: 21). Omdat de woorden machtsspel getranscribeerde Engelse woorden zijn (pawaa puree), kan de laatste worden geïnterpreteerd als "spelen" of "bidden", en draagt ​​dus de semantische betekenis van beide.

Het Vuurfestival was een centraal onderdeel van het ritueel in de hoofdkerk in Ginowan City, en op Hawaï, waar het voor het eerst werd uitgevoerd door Takayasu in 1984. In dit ritueel schrijven deelnemers hun wensen op stukken hout en papier die vervolgens worden verbrand. De rook draagt ​​de inhoud van deze wensen naar de goden in de hemel. Voor dit doel heeft de hoofdkerk in Ginowan City een grote vuurpot en bovenuitlaat op het altaar. In Hawaï werd het vuurfestival buitenshuis gehouden.

Net zoals Seichō no Ie zou zijn afgeleid van Omoto, kan men zeggen dat Ijun is afgeleid van Seichō no Ie. Als we de karakterisering van Seichō no Ie's oprichter Taniguchi Masaharu beschouwen als zeer aanpasbaar (McFarland 1967: 151) en Seichō no Ie als flexibel en 'klaar om bijna elke configuratie aan te nemen die het mogelijk zal maken' (McFarland 1967: 158), dan het is waarschijnlijk dat dezelfde houding aanwezig was in het leiderschap en de organisatie van Ijun (zie ook Norbeck 1970). Op een gegeven moment veranderde Takayasu zijn voornaam, ontwikkelde hij een openbare relatie met een Okinawaanse rockster (Ijun 1995: 12-13), en voegde drie godheden toe aan het Ijun-pantheon, op een niveau waar alleen zijn opperste schepper-godheid was geweest, Kinmanmon. Een van de drie goden bevorderde economisch succes.

Ryra schrijft over Ryukyuan-religie en suggereerde dat de "afwezigheid van complexiteit die het geloofsysteem kenmerkt een overlevingsfactor is" omdat het "assimilatie van buitenlandse eigenschappen (zoals in de gevallen van taoïstische haardrituelen en boeddhistische voorouderlijke riten) mogelijk heeft gemaakt" (1966 : 204). Men kan stellen dat Ryukyuans gedwongen waren om flexibel te zijn en klaar om zich aan te passen aan veranderende contexten omdat ze gevangen waren tussen twee grotere mogendheden, China en Japan, met verschillende religieuze tradities. Elementen van pan-Aziatische volksreligie zoals voorouderverering werden opgenomen (Havens 1994; Kōmoto 1991; Hori et al. 1972).

Er moet echter aan worden herinnerd dat 'puur opportunisme zelden de sleutel is tot de duurzaamheid van een religieuze beweging' (McFarland 1967: 158). Takayasu leverde de enige nieuwe religie die werd gesticht door een Okinawa, voornamelijk voor Okinawanen (dwz vol met de symbolen van Ryukyuan-etniciteit zoals Amamikyu en Shinerikyu, de traditionele Ryukyuan-scheppersgoden), maar hij voegde ook universalistische kenmerken toe om van Ijun een wereldgodsdienst te maken. , inclusief karma (zie Kisala 1994; Hori 1968). Daardoor had hij zowel een stevige etnische basis als een plan voor toekomstige groei erachter. De laatste was gemodelleerd naar de kenmerken van de succesvolle universalist Seichō no Ie (Reichl 1998 / 1999: 120-38).

LEIDERSCHAP / ORGANISATIE

IJun-takken, waaronder de tak van Ijun bij Hilo, Hawaii, werden ashagi genoemd, een plaats waar het altaar van Ijun zich bevindt. De centrale kerk in Ginowan City werd ook een ashagi genoemd. Het woord is een variant van ashi-leeftijd, gedefinieerd als een klein buitengebouw in de voortuin van een hoofdgebouw, met gevarieerd gebruik als gastenverblijf en opslagplaats. De betekenis kan afkomstig zijn van de woorden been (ashi) en verhogen (ageru), en betekent opgestoken op benen. Lebra's (1966: 219) verklarende woordenlijst geeft een overzicht van kami ashagi, "een rieten dak ondersteund door palen of stenen pilaren en zonder muren, gebruikt als de belangrijkste site voor openbare riten geleid door de gemeenschap priesteressen."

In 1989, het maandelijks journaal Ijun vermeldde veertien ashagi in Okinawa, naast één in Yokohama, centra in Ginowan City, en in Hirara City op het eiland Miyako. Bij 1992 was de lijst zesentwintig, met bijkomende ashagi in Taipei, Taiwan, twee in Honolulu (Keoni en Kalani'iki Street-locaties) en twee in of bij Hilo (Waianuenue Street en Pepe'ekeo), ook op Hawaii. Bijna alle ashagi werden opgezet in de huizen van leden, inclusief die op Hawaï.

Veel Japanse religies hebben hun vitaliteit en validiteit met succes bewezen door overzeese vestigingen te creëren, en Ijun is geen uitzondering (zie Inoue 1991; Nakamaki en Miyao 1985; Yanagawa 1983). IJun nam vaak foto's van niet-Japanners op in Hawaii die deelnamen aan het Ijun-gebed in het maandelijks dagboek IJun. Takayasu wilde uitbreiden naar Brazilië, gastland zijn van de grootste overzeese gemeenschap in de diaspora van Japan (zie Maeyama 1978, 1983; Maeyama en Smith 1983; Nakamaki 1985). Die plannen zijn mislukt.

Gedurende het hele bestaan ​​van Ijun werd leiderschap exclusief verzorgd door Takayasu, genaamd Bisschop Takayasu op Hawaï. Een tijdje voordat hij stierf, was Miyagi Shigenori een zeer gerespecteerde directeur en geestgenezaler (kaminchu) die nauw samenwerkte met Takayasu, Reverend Miyagi genaamd in Hawaï. De oudste zoon van Takayasu, Akira, werd klaargestoomd om een ​​leider van de volgende generatie te worden, maar de groep ging uit elkaar voordat dat kon gebeuren.

Het leiderschap en de aanhangers van Ijun waren op de hoogte van de Ryukyuan-traditie van religie waarin vrouwen centraal staan. Tot 1989 werd het belangrijkste ritueel van de groep, het Vuurfestival, geleid door vrouwen. Dat jaar besloot Ijun om deze leiders van het ritueel te vervangen door mannen, en door 1992 speelden vrouwen duidelijk verschillende en ondergeschikte rollen. Takayasu legde uit dat hier twee redenen voor waren. De eerste is dat Japan een door mannen dominante samenleving is, en tenzij een organisatie meespeelt, zal het niet voorspoedig zijn. Deze opvatting wordt versterkt door de tweede reden, het idee dat, aangezien de meeste aanhangers vrouwelijk zijn, de groep een vrouwenclub lijkt te zijn als de rituele leiders ook vrouwelijk zijn. Hij voegt eraan toe dat de eisen van het kind en de familie soms de vrouwelijke leider van het ritueel uitschakelen. Aanhangers in Okinawa leken het eens te zijn met een andere verklaring: het ruzie maken van vrouwen in de tijd dat zij leiderschapsrollen in het ritueel hadden. In feite leidde een ruzie tussen twee oudere vrouwen in de Hilo-ashagi tot een splitsing van die groep in twee facties in de 1990s. Beide facties bleven gedurende verschillende jaren afzonderlijk bij de huizen van deze twee vrouwen in Hilo bijeen (Reichl 2005). Niettemin vormen vrouwen een belangrijk onderdeel van nieuwe religies en sociale bewegingen in Japan, en ze waren altijd een belangrijk onderdeel van Ijun (Young 1994).

PROBLEMEN / UITDAGINGEN

Een uitdaging waar Ijun altijd voor stond is die van het bevorderen van een Ryukyuan etnische revitalisering tegenover een monolithische Japanse nationale cultuur die expressie van heterogene etniciteit ontmoedigt. De Ryukyuan-talen zijn grotendeels uitgestorven en worden in Japan opgevat als louter dialecten. Okinawa Prefecture heeft veel religies van het vasteland van Japan, waaronder talloze secten van Shinto, Boeddhisme en vele nieuwe religies. Culturele, sociale en economische hegemonies van Japan zijn krachtig.

Een verwante uitdaging is de bevordering van een universele religie die ook een belangrijke etnische kleur heeft. De boeken van Takayasu verwijzen vrijuit naar lessen uit de christelijke bijbel, van boeddhistische filosofen en religieuzen leiders in de oudheid en van Shinto (Reichl 1993b). Het Ijun-logo, vijf donkere cirkels rond een lichtere centrale cirkel, zou de belangrijkste religieuze wereldtradities vertegenwoordigen die samenkomen in Ijun. [Afbeelding rechts] Dit roept het logo van Seichō no Ie op. Zowel Ijun als Seichō no Ie moedigen volgelingen aan om ook andere kerken te bezoeken. Tegelijkertijd zijn veel concepten van Ijun afkomstig uit de Ryukyuan-cultuur, inclusief de broers en zussen van de broers, Amamikyu en Shinerikyu (zie Doctrines / Beliefs), en de primaire godheid Kinmanmon. Hoewel Ijun niet langer bestaat in formele juridische zin, blijven sommige aanhangers informeel oefenen. Het is onduidelijk in welke mate de onderneming Cultuur Ijun religieuze activiteiten voortzet.

Ten slotte worstelt Ijun met genderkwesties. De religieuze Ryukyuan-traditie is vrouwgericht, maar de oprichter van Ijun, Takayasu en leiderschap, zijn mannen. De verzorging van zijn oudste zoon Akira om het leiderschap van Ijun over te nemen, was in strijd met de Ryukyuan-centraliteit van vrouwen in de religie, en verwaarloosde vrouwen van bekwaamheid in de organisatie die waarschijnlijk beter gekwalificeerd waren.

AFBEELDINGEN
Afbeelding #1: afbeelding van Takayasu Rokurō.
Afbeelding #2: Het standbeeld van Ijun van The Goddess of Mercy over Ginowan City.
Afbeelding #3: Ijun-logograaf op de architectuur van de dakspits in Ginowan City, centraal kerkgebouw.

REFERENTIES

Abe, Ryōichi. 1995. "Saicho en Kukai: een conflict van interpretaties." Japanese Journal of Religious ONDERZOEK 22: 103-37.

Ginoza, Shigō. 1988. Zen'yaku: Ryukyu Shintō-ki. (Volledige vertaling: de weg van de goden in Ryukyu). Tokio: Toyo Tosho Shuppan.

Glacken, Clarence. 1955. The Great Loochoo: Een studie over het leven in het dorp Okinawan. Berkeley: University of California Press.

Havens, Norman. 1994. "Het veranderende gezicht van Japanse volksgeloven." Pp. 198-215 in Folk Beliefs in Modern Japan: hedendaags papier over de Japanse religie 3, bewerkt door Inoue Nobutaka. (vertaald door Norman Havens). Tokio: Kokugakuin University.

Hori, Ichirō. 1968. Volksreligie in Japan: Continuïteit en verandering. Chicago: University of Chicago Press Midway Reprint.`

Hori, Ichiro, Fujio Ikado, Tsuneya Wakimoto en Keiichi Yanagawa, eds. 1972. Japanse religie: Een onderzoek door het Agentschap voor Culturele Zaken. Tokio: Kodansha International.

Inoue, Nobutaka. 1991. "Recente trends in de studie van Japanse nieuwe religies." Pp. 4-24 in New Religions: Contemporary Papers in Japanese Religion 2, bewerkt door Inoue Nobutaka. (vertaald door Norman Havens). Tokio: Kokugakuin University.

Kisala, Robert. 1994. "Hedendaags karma: interpretaties van karma in Tenrikyo en Rissho Koseikai." Japanese Journal of Religious Studies 21: 73-91.

Kōmoto, Mitsugi.1991. "De plaats van voorouders in de nieuwe religies: het geval van uit Reiyukai afkomstige groepen." Pp. 93-124 in New Religions: Contemporary Papers in Japanese Religion 2, bewerkt door Inoue Nobutaka. (vertaald door Norman Havens). Tokio: Kokugakuin University.

Lebra, William. 1966. Okinawan Religion: Geloof, rituele en sociale structuur. Honolulu: University of Hawaii Press.

Maeyama, Takashi. 1978. "Tekiō sutoratejii toshite no gisei shinzoku: Burajiru Nihon imin ni okeru Tenrikyō shūdan no jirei" (Fictieve verwantschap als adaptieve strategie: Tenri-kyo onder Japanners in Brazilië). Nagano, Japan: Shinshū Daigaku Jinbun Gakubu, Jinbunkagaku Ronshū 12. Betsuzuri.

Maeyama, Takashi. 1983 "Japanse religies in Zuid-Brazilië: verandering en syncretisme." Latijns-Amerikaans ONDERZOEK 6: 181-238.

Maeyama, Takashi en Robert J. Smith. 1983. "Omoto: een Japanse" nieuwe religie "in Brazilië." Latijns-Amerikaanse Studies 5: 83-102.

Maretzki, Thomas W. en Hatsumi Maretzki. 1966. Taira: An Okinawan Village. New York: John Wiley and Sons.

McFarland, H. Neill. 1967. Het spitsuur van de goden: Een studie van nieuwe religieuze bewegingen in Japan. New York: Macmillan.

Nakamaki, Hirochika. 1985. "Burajiru ni okeru nikkei takokuseki shūkyō no genchika to takokusekika: Paafekuto Ribatii kyōdan no baai" (Internationalisme en lokale aanpassing van Japanse religies in Brazilië: Perfect Liberty-groep). kenkyū Repooto IX: 57-98. Sao Paulo: Centro de Estudos Nipo-Brasileiros.

Nakamaki, Hirochika en Susumu Miyao.1985. "Burajiru no nikkei shūkyō" (Japanse religies in Brazilië). Kenkyū Repooto IX:-1 7. Sao Paulo: Centro de Estudos Nipo-Brasileiros.

Norbeck, Edward. 1970. Godsdienst en samenleving in het moderne Japan: Continuïteit en verandering. Texas: Toermalijnpers.

Reichl, Christopher. 2011 "De globalisering van een Japanse nieuwe religie: etnogeschiedenis van Seichō nee." Japanse religies 36: 67-82.

Reichl, Christopher. 2005 "Transplantatie van een Ryukyuan New Religion Overseas: Hawaiian Ijun." Japanse Religies 30: 55-68.

Reichl, Christopher. 2003 "Ijun in Hawaii: de politieke economische dimensie van een nieuwe religie in Okinawa, overzee." Nova Religio 7: 42-54.

Reichl, Christopher. 1998 / 1999. "Ethnic Okinawan Interpretation of Seichō no Ie: The Lineal Descendant Ijun at Home and Overseas." Japanse samenleving 3: 120-38

Reichl, Christopher. 1995 "Fasen in het historische etniciteitsproces: de Japanners in Brazilië, 1908-1988." Etnogeschiedenis 42: 31-62.

Reichl, Christopher. 1993a. "De Okinawa nieuwe religie Ijun: innovatie en diversiteit in het geslacht van de rituele specialist." Japanese Journal of Religious Studies 20: 311-30.

Reichl, Christopher. 1993b "Voorwoord van de vertaler", Pp. ix-xx in Beyond Eternity: The Spiritual World of Ryukyu. Takayasu Rokurō, (vertaald door Christopher A. Reichl). Long Beach, Indiana: Reichl Press.

Sakamaki, Shunzō. 1963. Ryukyu: Een bibliografische gids voor Okinawaanse studies. Honolulu: University of Hawaii Press.

Sasaki, Kōkan. 1984. "Geestbezit als een inheemse religie in Japan en Okinawa." Pp. 75 - 84 binnen Godsdienst en het gezin in Oost-Azië, uitgegeven door George A. De Vos en Takao Sofue. Senri Ethnological Series No. 11. Osaka: National Museum of Ethnology.

Saso, Michael. 1990. "Okinawan Religion." Pp. 18-22 in Uchinaa: Geschiedenis en cultuur van Okinawa, uitgegeven door Joyce N. Chinen en Ruth Adaniya. Honolulu: Okinawan Celebration Education Committee.

Shimamura, Takanori. 1993 "Okinawa no shinshūkyō ni okeru kyōso hosa no raifu hisutorii to reinō: Ijun no jirei" (bovennatuurlijke kracht en levensgeschiedenis van de grondlegger van een nieuwe religie in Okinawa: Ijun). Jinrui Bunka 8: 57-76.

Shimamura, Takanori. 1992. "Ryūkyū shinwa no saisei: Shinshūkyō Ijun no shinwa o megutte" (Wedergeboorte van Ryukyuan religieuze mythologie: de nieuwe religie Ijun). Amami Okinawa Minkan Bungei Kenkyū 15: 1-16.

Takayasu, Rokurō. 1991. Kuon geen Kanata: RyūKyu geen seishin sekai, Nirai-Kanai o kataru (Beyond Eternity: de spirituele wereld van Ryukyu en Nirai Kanai). Ginowan City, Okinawa: Shūkyō Hōjin Ijun.

Takayasu, Rokurō. 1973. Shimpi no Ryūkyū (Mysterieuze godheden van Ryukyu). Tokio: Shinjinbutsu Oraisha.

Taniguchi, Masaharu. 1985. Jissō naar Genshō: Taniguchi Masaharu chosakushū, Dai Yon Kan (Realiteit en uiterlijk: verzamelde geschriften van Taniguchi Masaharu, volume 4). Tokio: Nihon Kyobunsha.

Watanabe, Masako en Igeta Midori. 1991. "Genezing in de nieuwe religies: charisma en 'heilig water'." Pp. 162-264 in Nieuwe religies: hedendaagse papieren in de Japanse religie 2, onder redactie van Inoue Nobutaka, (vertaald door Norman Havens). Tokio: Kokugakuin University.

Yanagawa, Keiichi, redacteur. 1983. Japanse religies in Californië: Een rapport over onderzoek binnen en buiten de Japans-Amerikaanse gemeenschap. Tokyo: University of Tokyo Press.

Young, Richard. 1994. "Boek recensie. Emily Groszos Ooms, vrouwen en millenarian protest in Meiji Japan: Deguchi Nao en Ōmotokyō. " Japanese Journal of Religious Studies 21: 110-13.

Publicatie datum:
25 juni 2019

Deel