Terry Rey

Saut-d'Eau

SAUT-D'EAU TIJDLIJN

1492: Tijdens zijn eerste transatlantische expeditie landden Christoffel Columbus en zijn bemanning op een groot eiland in de Caraïben dat indianen noemden Kiskeya, beweerde het voor Spanje, en introduceerde het katholicisme. Een van zijn schepen werd vernoemd naar de Maagd Maria, De heilige Maria, terwijl de ontdekkingsreiziger het eiland hernoemde "La Isla Española"(Hispaniola).

1502:  De broers Alfonso en Antonio Trejo brachten van Spanje naar Hispaniola een icoon van Onze Lieve Vrouw van Hoge Gratie (Nuestra Señora de la Altagracia), door het te doneren aan de parochiekerk in Higuey.

1572:  Het heiligdom van OLVrouw van de Hoge Gratie werd opgetrokken in Higuey.

1791-1804:  In de Franse plantagekolonie Sint-Domingue lanceerden en vochten de opstandige slaven en weerzinwekkende kleurlingen in de Haïtiaanse revolutie, die ze uiteindelijk wonnen, resulterend in de oprichting van de Republiek Haïti, op het westelijke derde deel van het eiland Hispaniola, de tweede onafhankelijke natie van Amerika, na de Verenigde Staten van Amerika, en de eerste natie van Amerika om de slavernij formeel af te schaffen.

1822:  Haïti viel de Dominicaanse Republiek binnen en begon aan een bezetting van het buurland die tweeëntwintig jaar zou duren; Haïtiaanse pelgrims stroomden in deze periode vrij naar Higuey om Onze Lieve Vrouw van Hoge Gratie te vereren.

1841: Zoals sommigen geloven, verscheen de Maagd Maria in een palmboom op een heuvel bij een beek nabij Ville Bonheur, een klein stadje in de landelijke provincie Central Plateau in Haïti. De stroom werd waarschijnlijk al als heilig beschouwd door lokale vodouisten, net als de meeste watermassa's in Haïti.

1842: Een zware aardbeving verwoest Haïti, waardoor een bergstroom (een stuk van de La Tombe-rivier), nabij de plaats van de Mariaverschijning in 1841, wordt omgevormd tot twee aangrenzende watervallen, die binnenkort 'Saut d'Eau' (Haïtiaans Creools : Sodo; letterlijk .: Cascade of Water).

1844: De Dominicaanse Republiek wordt onafhankelijk van Haïti, wat resulteert in beperkingen voor Haïtiaanse pelgrims die het heiligdom van Onze Lieve Vrouw van Hoge Genade in Higuey willen bezoeken. Dit versterkte het belang van Saut d'Eau als een mariaal bedevaartsoord voor Haïtianen.

1849:  Begin juli orkestreerde keizer Faustin Soulouque een frauduleuze verschijning van de Maagd Maria in een boom langs de Champ de Mars in Port-au-Prince, de hoofdstad van Haïti, in een poging om zijn noodlottige pogingen om de Spaanse kant van het eiland.

1849:  Op 16 in juli verscheen de Maagd Maria naar verluidt in een palmboom boven Saut-d'Eau, zoals gemeld door een dorpeling genaamd Fortuné Morose, een dag na het Feest van Onze-Lieve-Vrouw van de Karmelberg, waardoor Saut-d'Eau voor altijd wordt gekoppeld aan deze aanroeping van de Maagd Maria en het vestigen van de site als de meest populaire bedevaartbestemming van Haïti. Volgens sommige verhalen vond deze verschijning het jaar daarvoor plaats in 1848.

1849:  In november werd in Saut d'Eau een andere verschijning van de Maagd Maria gemeld, wat Keizer Soulouque ertoe bracht om leden van zijn kabinet te sturen om de gebeurtenis te verifiëren en om een ​​kapel te laten bouwen in de naburige stad Ville Bonheur, aldus voor altijd en formeel cementeren het belang van de site in de religieuze geschiedenis en cultuur van Haïti. Op dat moment verklaarde minstens één katholieke priester de verschijning authentiek, hoewel anderen hun twijfels hadden.

1885:  President Lysius Félicité Salomon heeft Saut d'Eau tot de status van a verheven “Quartier” (letterlijk een kwart, zoals in een formele gemeente), daarbij een vrederechter aanstellend "om geboorten, huwelijken en sterfgevallen vast te leggen".

1891:  Een Franse katholieke priester, Père Lenouvel, hakte de palmboom af waar de Maagd Maria naar verluidt in 1849 was verschenen, omdat hij geloofde dat de verschijning en resulterende pelgrimage zoveel 'bijgeloof' opleverde dat als zodanig moest worden blootgelegd en uitgeroeid.

1904:  Saut-d'Eau (eigenlijk Ville Bonheur) werd formeel opgericht als een katholieke parochie, "op bevel van president Nord Alexis" (1902-1908). Tegelijkertijd wees de aartsbisschop van Port-au-Prince, monseigneur Julien Conan, een priester toe aan de nieuwe parochie.

1915-1934: gelanceerd en bestendigd om de Amerikaanse economische belangen te beschermen, vond de eerste Amerikaanse militaire bezetting van Haïti plaats, gedurende welke tijd Haïtiaanse rebellen de naam van de Miraculeuze Maagd van Saut-d'Eau aanriepen om de opstand tegen de indringers te verzamelen.

1932: Een tropische storm wierp bomen om bij Saut-d'Eau waarvan men dacht dat ze de plaats waren van verschijningen van de Maagd Maria en Johannes de Doper.

1940-1941:  De hiërarchie van de katholieke kerk, in consort met de Haïtiaanse regering en het leger, orkestreerde een "Antisuperstious Campaign" tegen Vodou, wat waarschijnlijk leidde tot een vermindering van het aantal pelgrims dat vervolgens naar Saut-d'Eau stroomde.

1964: Het regime van Duvalier verbood studenten om de Saut-d'Eau-bedevaart te maken uit angst dat het zou kunnen dienen om anti-regeringsdemonstraties aan te wakkeren, misschien omdat ze zich bewust waren van de inspiratie van het verzet tegen de Amerikaanse bezetting, en dus tegen de vergadering Haïtiaanse regering, eerder in de eeuw.

1983:  Als onderdeel van een mariaal en eucharistisch congres bracht paus Johannes Paulus II een bezoek aan Haïti. Tijdens zijn openbare homilie verklaarde hij beroemd dat 'hier iets moet veranderen', waardoor een reeds bloeiende basiskerkgemeenschap wordt gestimuleerd die werd geïnspireerd door de bevrijdingstheologie.

1986:  President Jean-Claude Duvalier werd uit de macht gezet en beëindigde de vijfendertig jaar durende dynastieke dictatoriale heerschappij van zijn familie; de gemeenschap van de basisgemeenten, samen met de protesten van de brede studenten, hielp dit tot stand te brengen.

2004: Gebedswaken werden gehouden tijdens de Saut-d'Eau-bedevaart nadat een burgerlijke opstand president Jean-Bertrand Aristide, een voormalige katholieke priester, van de macht had verdreven.

2010: De watervallen van Saut-d'Eau hebben de gruwelijke aardbeving van 2010 overleefd die de Haïtiaanse hoofdstad en de nabijgelegen steden verwoestte, waardoor de site werd omgevormd tot een soort heiligdom voor nationaal herstel.

2013: In samenwerking met de Zwitserse ambassade in Haïti lanceerde de Haïtiaanse regering een herbebossingscampagne in Saut-d'Eau, uit gegronde vrees dat lokale erosie van de bodem de structuur van de watervallen daar bedreigde.

OPSCHRIFT / GROEP GESCHIEDENIS

Saut-d'Eau heeft geen bekende menselijke stichter, maar het uiterlijk van Saut-d'Eau wordt toegeschreven aan de Maagd Maria en Èzili, de Vodou-geest (lwa) met wie de Gezegende Moeder op grote schaal geassimileerd wordt in de populaire Haïtiaanse religie (behalve onder protestanten, die in het algemeen zowel de Maagd als Èzili demoniseren). Bedevaart heeft een lange en rijke geschiedenis in Haïtiaans katholicisme en Vodou, twee religies die, voor veel beoefenaars en waarnemers, er ongeveer zo uitzien, ondanks de incidentele systematische pogingen van de katholieke kerkhiërarchie om "bijgeloof" door het hele land te onderdrukken. Vooral gebonden aan de katholieke liturgische kalender, zijn er voldoende mogelijkheden en bestemmingen voor pelgrims in Haïti en duizenden gaan zo ver om serieus deel te nemen dat een van de meest vooraanstaande Vodou-priesters, Erol Josué, vermoedt dat Haïtianen "een eeuwig volk zijn" bedevaart "(in Lescot en Magloire 2002).

De meest populaire bedevaarten in Haïti (en de Haïtiaanse diaspora) vinden plaats tijdens de zomermaanden en zijn devotioneel gericht op verschillende aanroepingen van de Maagd Maria, evenals St. Jakobus de Meerdere, samengevoegd in Vodou met de wa van ijzer Ogou (Cosentino 1992) , en Saint Philomena, of Lasirenn, een maritieme lwa gevisualiseerd / gesymboliseerd als een zeemeermin en een walvis (Labalenn). De belangrijkste zomer bedevaarten en hun belangrijkste sites in Haïti (en de diaspora) zijn de volgende, met dat van Saut d'Eau als de meest populaire in de natie:

Juni 27: Feest van onze lieve vrouw van eeuwige hulp (patroonheilige van Haïti); Port-au-Prince en Miami, Florida (Rey 1999, 2004; Rey en Stepick 2013)

Juli 14-17: (in het bijzonder 16): Feest van Onze-Lieve-Vrouw van de berg Karmel; Saut d'Eau / Ville Bonheur en Harlem, New York (McAlister 1998; Orsi 1992)

Juli 25: Feest van Sint Jacobus de meerdere; Plaine du Nord.

Juli 26: Feest van de heilige Anna; Limonade en Anse-à-Foleur

Augustus 15: Feest van Onze Lieve Vrouw van de Assumptie; Port-au-Prince, Cape Haitian en Les Cayes

augustus 27: (of de dichtstbijzijnde zondag): Feest van Onze-Lieve-Vrouw van Czestochowa, Doylestown, Pennsylvania

September 6: Feest van St. Philomena, Bord de Mer de Limonade (Rey 2005). Opgemerkt moet worden dat dit formeel nu een heiligdom is gewijd aan OLVrouw van eeuwigdurende hulp, terwijl Philomena's feestdag feitelijk Augustus 11 is (O'Neil en Rey 2012)

Blijkbaar is de oudste bedevaart in Haïti die welke plaatsvindt op het Feest van de Heilige Anna in de kerk die haar is toegewijd in het noordelijk gehucht Limonade in 1706 (O'Neil en Rey 2012: 175). Er zijn natuurlijk oudere katholieke kerken in Haïti. De oudste, St. Rose de Lima, in Léogâne, dateert uit 1506 (Rey 2017). Toch is er geen vermelding in het historische verslag van de bedevaart naar hen tijdens de periode van de Franse koloniale heerschappij in Saint-Domingue (1697-1804), noch tijdens de eerdere periode van Spaanse heerschappij over het hele eiland (1492-1697). De enige opvallende uitzondering is natuurlijk het heiligdom van Onze Lieve Vrouw van Hoge Gratie in Higuey, aan de Spaanse kant van het eiland, de Dominicaanse Republiek van vandaag, en de grote aantrekkingskracht die Higuey heeft gehad voor katholieken en vodouisten sinds de oprichting van het heiligdom in 1572 .

Hoewel archivistische bronnen niet suggereren of ontkennen dat de pelgrimstocht populair was in de kolonie Saint-Domingue (1697-1804), bedroegen de katholieke feestdagen dagen met werk voor slaven, buiten de zondagen die als officiële feestdagen waren vastgelegd door de Code Noir, een index van slavenwetgeving afgekondigd door koning Lodewijk XIV in 1685. Slaven grepen vaak de gelegenheid op zon- en feestdagen om te feesten en soms om opstand tegen hun blanke meesters uit te zetten. Deze zo gealarmeerde planters en koloniale autoriteiten dat ze meteen de dreiging wilden aanpakken. Al in 1710 namen bijvoorbeeld Franse koloniale bestuurders maatregelen om het aantal katholieke feestdagen in de kolonie te verminderen. Dit gebeurde nadat Dominicaanse missionarissen in de parochie van Petit-Goâve, zonder keizerlijke sanctie, het feest van St. Dominic aan het register van feesten toevoegde en schreef aan lokale planters dat slaven die vrije dag ook zouden moeten hebben (Rey 2017: 111). Soortgelijke wetgevingen werden door de hele kolonie doorgevoerd om de slavenarbeid te maximaliseren en de losbandigheid te beteugelen die vaak feesten van feestdagen onder slaven veegde, zoals ik elders heb uitgelegd:

Hoewel deze bezorgdheid met katholieke feestdagen voornamelijk door de economie werd gedreven (hoe meer feestdagen, hoe meer vrije dagen voor slaven), ze waren ook geworteld in de vrees dat zij gelegenheden waren voor slaven om tot opstand te samenspannen.

In 1729, bijvoorbeeld, zag de overste van de jezuïetmissie, Père Larcher, geen andere keus dan het aantal feestdagen te verminderen, "wiens menigte tot nu toe de verlating en diefstal onder de zwarten toegestaan ​​heeft, verwaarlozing door blanken om ze te observeren , de eerste gebruikt ze voor losbandigheid en genot en de laatste voor arbeid en commercie "(Rey 2017: 113).

Een goed begrip van welke vorm van religieuze praktijk dan ook, vereist natuurlijk dat er zorgvuldig op de geschiedenis wordt gelet. Dat is bijvoorbeeld het geval met de bedevaart in Haïti in het algemeen en de bedevaart Saut-d'Eau in het bijzonder. Want de "losbandigheid en plezier" die Père Larcher in 1729 betreurde, blijven tot op de dag van vandaag deel uitmaken van de Saut-d'Eau-ervaring. Een grote nachtclub, bijvoorbeeld, ligt op loopafstand van de dorpskerk en de waterval, terwijl honderden sekswerkers in juli aankomen om hun waren (Laguerre 1989: 92) samen met maneschijnhandelaren (Katz 2010) en een assortiment van gokkers (Laguerre 1986, 2013). Toch zou het een vergissing zijn om te spreken van een schijnbaar "profane" activiteit als zijnde te onderscheiden van het "heilige" in de Haïtiaanse religieuze cultuur, want Vodou is een religie, zeker vanwege zijn diepe Afrikaanse wortels, die seksualiteit omarmt als zijnde als heilig als iets. Het is tenslotte ook een religie waarin mensen met geesten trouwen en soms een avond per week met hen slapen, een rituele en routinematige (zij het tijdelijke) stopzetting van hun menselijke partners. Ondertussen, zoals Laguerre (2013: 1080) uitlegt,

De prostituee gelooft dat ze een pelgrim is zoals iedereen; daarom faalt ze om naar de kerk te gaan om de Heilige Maagd te vragen haar goede klanten te sturen, en als de Heilige Maagd haar gebed hoort, zal ze niet nalaten om wat van haar geld terug te geven in de vorm van donaties.

De meeste gedistilleerde dranken houden bovendien van rum, die prominent aanwezig is als offer op Vodou-altaren en in Vodouistische gemeenschappelijke rituelen.

Het is niet helemaal duidelijk wanneer de pelgrimstocht in Saut-d'Eau precies begon. [Afbeelding rechts] De waterval zelf bestond pas in 1842, hoewel er in het voorgaande jaar minstens één verschijning van de Maagd Maria was gemeld (Rey 1999). De boom waarin de Gezegende Moeder, kennelijk als Onze Lieve Vrouw van de Karmel, zou zijn verschenen, werd al snel het gezicht van wonderen, zoals de lokale bevolking bijna 1928 jaar geleden aan Jean Price-Mars (176: 100, mijn vertaling) berichtte: " dit eerste wonder leidde tot andere kleine wonderen. De doven konden horen, de blinden konden zien, de verlamden konden lopen. " Voor Price-Mars ging dit evenzeer over Vodou als over het katholicisme, zoals blijkt uit de voedseloffers aan de die naast verlichte kaarsen voor de Maagd Maria zaten. Daar had hij zeker gelijk in, want, zoals het historische verslag duidelijk aantoont, is de Afrikaanse religie altijd een integraal onderdeel geweest van de ogenschijnlijk katholieke bedevaartstradities in Haïti (Rey 2005b), evenals in een groot deel van het Caribisch gebied en in delen van Zuid-Amerika. , vooral Brazilië (Greenfield en Cavalcante 2006).

Stephen Glazier (1983: 321) onderstreept de vergelijking van de Saut-d'Eau-bedevaart in Haïti met Spiritual Baptist bedevaartstradities in Trinidad en Tobago, en benadrukt hoe de eerste van de "vaste" typologie is (in tegenstelling tot de "flexibele" typologie waarin bestemming is niet zo belangrijk. Baptisten pelgrims soms aan boord van bussen zonder precies te weten waar ze naartoe gingen) vanwege de centrale ligging van het land, wat voor Haïtianen zowel "een verlengstuk van de persoonlijke identiteit" als "het huis van de voorouders en de loas" is (lWA). Saut-d'Eau zelf, om te herinneren, bestond niet voordat het land gewelddadig werd vernietigd door de epische 1842-aardbeving, die de waterval heeft geschapen waaruit deze heilige plaats zijn naam dankt (Rouzier 1891: 262). Koppel de gemelde 1841-verschijning van de Maagd Maria met het plotselinge verschijnsel 1842 van de watervallen en je hebt een opmerkelijke samenloop van wonderbaarlijke gebeurtenissen die de basis legden voor Haïti's belangrijkste pelgrimsbestemming. Het is ook een adembenemend mooie plek, die misschien het best beschreven kan worden door Alfred Métraux (1972: 329):

De Tombe-rivier, die een groene en lachende vlakte is overgestoken, slingert zich in één sprong de leegte in. Alle mysterieuze charme van tropische bossen die vandaag verdwenen zijn, overleeft in dat dichte bos waar de watervallen schitteren als juwelen, donker omhuld. Een iriserende mist doorkruist door kleine regenbogen stijgt op uit het schuimende water, bedlegt de varens en vervaagt het weelderige gebladerte van de reusachtige bomen waarvan de wortels de vochtige grond in bulten en valleien breken. Deze oase van verkoeling is de thuisbasis van Damballah-wèdo, Grand Bossine en andere watergoden.

Van zijn kant, en bij een bezoek aan de watervallen in Saut-d'Eau ongeveer vijftien jaar voor Métraux, laat Melville J. Herskovits (1937: 285) ons een even welsprekende beschrijving van hoe de dingen er 's nachts uitzien:

Net als de watervallen zelf, wekken deze vlekken [het bos en bosje om de watervallen] door hun schoonheid een gevoel van emotioneel bewustzijn op, en het is niet vreemd dat hier, net als bij de watervallen, veel bezittingen voorkomen. Vooral 's nachts, in het bijzonder, de grote bomen met hun verweven slangachtige wortels, de gapende aarde die bij En bas Palmes [het bos] getuigt van het ontwortelen van de palmbomen waar het wonder plaatsvond, en de stroom van heilig water, ze maken allemaal een scène van onbeschrijfelijke griezeligheid, versterkt door flikkerende kaarsen gegeven als offerandes, en de open lampen van hen die blijven om hun geloften te vervullen.

Zoals met de meeste bronnen, plassen, rivieren en watervallen in Haïti, zouden de "heilige wateren" bij de nieuwe watervallen in Saut-d'Eau onmiddellijk door vodouisten worden gezien als de thuisbasis van bepaalde wa, zoals die hier genoemd door Métraux , evenals de Simbi, zoetwatergeesten van Kongolese origine, en Ayida Wèdo, die samen met Danbala, haar echtgenoot, de twee cascades bezitten die feitelijk de waterval in Saut-d'Eau vormen (Desmangles 1992: 135). Danbala is nauw verbonden met regenbogen, die bovendien veel voorkomen bij de meeste watervallen, en hij blijft in de buurt van het water om bij zijn vrouw te zijn (Leland en Richards 1989). Onder bomen worden ook de opslagplaatsen van sommige Vodou-geesten verstaan ​​(Hurbon 1987: 129-33; Rey 2005a; Hebblethwaite 2012) en een aantal bomen bij de watervallen zijn in feite heiligdommen voor hen. Dat de Maagd ervoor koos om in Saut-d'Eau in bomen te verschijnen, verbetert alleen maar hun algemene heiligheid voor de godsvrucht in Haïti.

De site van de vroegste verschijning van de Maagd Maria in Saut-d'Eau is dus in feite een heiligdom, hoewel er nooit een gebouw is gebouwd (in feite, uit respect voor het land en de wa, zou dat niet worden toegestaan (het water van de watervallen zal nooit worden gebruikt voor het koken) .Het nieuws van de 1841-verschijning lijkt echter niet wijdverspreid te zijn, want Michel Laguerre (1989: 86) legt uit: "(i) t was alleen tijdens het bewind van Faustin Soulouque, president en toen keizer van Haïti (1847-1859), dat Saut D'Eau een bedevaartsoord begon te worden. "Het is belangrijk om dit in een politieke context te plaatsen, tussen de 1841-verschijning en de latere , de meer bekende Maria-verschijning van juli 16, 1849, de Dominicaanse Republiek was onafhankelijk geworden van meer dan twintig jaar Haïtiaanse overheersing, in 1844. Dit beëindigde niet alleen effectief (althans voor een tijdje) de Haïtiaanse pelgrimstocht naar het heiligdom van Onze-Lieve-Vrouw van Hoge Genade aan de Dominicaanse kant van het eiland, maar het voedde ook Soulouque ' s megalomanie en zijn obsessie met het heroveren van de naburige natie. Hij wendde zich tot de Maagd Maria om zijn noodlottige pogingen daartoe te legitimeren en zichzelf te laten verheffen van een loutere president te zijn tot een keizer te worden gekroond. Toen begin juli van 1849 geruchten begonnen te verspreiden dat de Maagd verscheen in een palmboom langs de Champ de Mars in de hoofdstad van Port-au-Prince, bijvoorbeeld: "Soulouque interpreteerde de gebeurtenis als Gods goedkeuring voor zijn kroning" (Laguerre 1989: 87), die uiteindelijk nogal weelderig plaatsvond tijdens een openbare ceremonie in 1852, [Afbeelding rechts] hoewel hij de titel had aangenomen van keizer kort na de verschijningen van 1849.

Binnen enkele weken na de verschijning van de Champ de Mars, op 16 1849 in juli, zou de Maagd Maria haar meest gevierde verschijning maken in Saut-d'Eau, zoals al eerder opgemerkt, aan een jonge boer genaamd Fortuné Morose, die op de site van de Gezegende Moeder in een palmboom terwijl hij op zoek was naar zijn eigenzinnige paard. Gealarmeerd vluchtte hij naar het plaatselijke politiebureau om de gebeurtenis te melden, en een officier werd met Morose naar het toneel gestuurd, waar een levendig beeld van de Maagd inderdaad werd gevonden als versierd op een blad van de boom in kwestie. Na de bevestiging van Morose dat het beeld van de heilige was die aan hem verschenen was, verspreidde het zich door de omringende gehuchten, huizen en heuvels. De gelovigen en nieuwsgierigen kwamen al snel in drommen om het beeld voor zichzelf te zien, naar een plaats die bekend staat als Nan Palm (Palm Grove), die vandaag de dag blijft, bovenop de waterval, een epicentrum van de Saut-d'Eau bedevaart en een "Axis mundi" van Maria-toewijding in Haïti (Eliade 1961).

In de daaropvolgende decennia waren er talloze wonderen te melden en elke zomer trokken pelgrims in toenemende mate naar Saut-d'Eau. Omdat het 1849-wonder de dag na de feestdag van Onze-Lieve-Vrouw van de berg Karmel plaatsvond, geloofden velen dat het deze manifestatie van de Maagd Maria was die was verschenen, en inderdaad is de plaats altijd nauw verbonden geweest met de berg Karmel. Ondertussen is het net zo vaak dat de heilige geïdentificeerd onder pelgrims de "Wonderbaarlijke Maagd van Saut-d'Eau" wordt genoemd (Lavyèj Mirak Sodo), terwijl Vodouisten, die meestal ook katholiek zijn, altijd hebben geloofd dat Èzili Dantò samen met Danbala en Aida Wedò in Saut-D'Eau verblijft. Blijkbaar werd op enig moment in de geschiedenis de Maagd van Saut d'Eau ook "De Maagd der Palmen" (Herskovits 1937: 282) genoemd.

De opkomst van Vodouistische rituele praktijken in Saut-d'Eau duurde niet lang om de woede op te wekken van de katholieke geestelijken, die echter al lang oorlog hadden gevoerd in Haïti met betrekking tot Afrikaans en Afrikaans afgeleid 'bijgeloof'. Vader Lenouvel bijvoorbeeld, de Franse priester die de boom had waarin de Maagd verscheen gekapt, in 1891, werd zelf kort na de boom geveld. Onverschrokken door het lot van de boom, en misschien aangemoedigd door het mysterieuze lot van de priester, richtten de gelovigen hun devotionele aandacht op een tweede palmboom, die op zijn beurt was geveld door "een andere priester genaamd Father Cessens", die "een verlamde leed" beroerte en stierf een paar maanden later "(Laguerre 1989: 89). Deze gebeurtenissen versterkten de aantrekkingskracht van Saut-d'Eau als een bastion van geesten en heiligen, en vervolgens heeft de hiërarchie van de katholieke kerk grotendeels de ogen gesloten voor de vodouistische devoties die zowel de watervallen als de Ville-Bonheur-kerk doordringen, vooral de voormalige .

Religie speelde een sleutelrol bij de inspiratie voor en de triomf van de Haïtiaanse revolutie. Het is dus niet verwonderlijk dat de Miraculeuze Maagd van Saut-d'Eau, hoewel soms gecoöpteerd door heersende regimes, ook tot opstand zou leiden. En, terwijl Vodou meestal wordt opgevat als de ondergeschikte kracht tegen sociale onrechtvaardigheid, moet worden gezegd dat het katholicisme, vaak verweven met Vodou, heeft bijgedragen aan deze historische trend, waarbij de Maagd Maria vaak als beschermvrouwe daarvan fungeerde (Rey 2002). Veel katholieke priesters kozen per slot van rekening de kant van de rebellerende slaven tijdens de revolutie, terwijl tijdens de eerste maanden van het conflict een van de meest succesvolle opstandige leiders, een vrije zwarte genaamd Romaine-la-Prophétesse, berichten ontving van de Maagd Maria, zijn 'meter'. en veroverde twee steden, waarbij een onnoemelijk aantal Franse planters en hun trouwe slaven onderweg omkwamen (Rey 2017). Na de revolutie, tijdens de soms oorlogszuchtige daaropvolgende twaalfjarige periode van politieke verdeeldheid (1806-1818), toen de nieuwe natie verdeeld werd tussen een koninkrijk in het noorden en een republiek in het zuiden, zou de Maagd Maria een nieuwe politiek maken. opgeladen verschijning in een boom, alleen deze keer als een spion gekleed om eruit te zien als de Heilige Moeder. De spion had de opdracht gekregen om de boomverschijning door keizer Henry Christophe te veinzen als een teken van een zegen over zijn troepen vanuit het noorden die zuidwaarts marcheerden tegen zijn vijanden (Rey 1999).

Gezien de lange geschiedenis van het feit dat de maagd Maria aldus wordt gebruikt voor het legitimeren van militaire campagnes (niet alleen in Haïti, maar overal in de kerk Universal), zou men redelijkerwijs kunnen verwachten dat de Wonderbaarlijke Maagd van Saut-d'Eau een beroep zou doen op opstandelingen die wilden weerstaan de eerste Amerikaanse militaire bezetting van Haïti (1915-1934). "De politieke guerrillaleiders interpreteerden de aanwezigheid van de VS in hun land als zijnde tegen de wil van de Heilige Maagd", legt Laguerre uit (1989: 97). Als zodanig versierden de rebellen zichzelf met medailles van de Maagd Maria en de scapulieren die waren gezegend in de wateren van de wonderbaarlijke waterval, die, zoals ze geloofden, zorgden voor hun succesvolle aanval op de Amerikaanse militaire voorpost in Croix-des-Bouquets en de bezetting van die nabijgelegen stad in mei van 1916. Zich bewust van de inspirerende rol die de Miraculeuze Maagd van Saut-d'Eau voor de opstandelingen gespeeld had (genaamd de Cacos), kreeg een Amerikaanse marine de opdracht een van de meest vereerde palmbomen bij de watervallen te kappen. Net zoals de Franse katholieke priester in de vorige eeuw, deed dit alleen een beroep op de toorn van de Maagd Maria, of op Èzili Dantò, die de soldaat zo zwaar had getroffen dat hij naar de Verenigde Staten moest worden teruggestuurd voor medische zorg (Laguerre 1989: 97). Een Haïtiaanse sergeant die had samengewerkt met de Marine door te schieten naar een gerapporteerde verschijning van de Maagd wordt verondersteld gek te zijn en zich tot de Maagd gekeerd om vergeving te zoeken (Ramsey 2011: 156).

In het licht van het vreselijke lot van katholieke priesters, politieagenten en zowel Haïtiaanse als Amerikaanse soldaten die geprobeerd hebben om de populaire religieuze toewijding in Saut-d'Eau te beknotten, is het niet verrassend dat, na de bezetting door de VS, de Haïtiaanse staat en de De katholieke hiërarchie lijkt een beleid van "Do not Ask, Do not Tell" te hebben aangenomen tegen de meest populaire pelgrimsoord van de natie. Om zeker te zijn, zou de hiërarchie van de katholieke kerk, in samenwerking met de staat, later een destructieve landelijke campagne voeren tegen Vodou, de antisuperstious campagne van 1940-1941 (genaamd in Haïtiaans Creools de Kanpay Rejete) (Ramsey 2011: 200-10), maar het is onduidelijk dat Saut-d'Eau dan zou worden aangevallen voor aanvallen. Aangezien het nabijgelegen centrum van Mirebalais het epicentrum van de Campagne was, is het moeilijk voor te stellen dat er in die jaren geen vermindering was van het aantal pelgrims dat Saut-d'Eau bezoekt.

Hoewel de Antisuperstitious Campaign van 1940-1941 de laatste formeel georkestreerde inspanning van de katholieke kerk was om Vodou uit de Haïtiaanse samenleving te roeien (een die ironisch genoeg tot stilstand was gebracht na een schietpartij in de kerk van Onze Lieve Vrouw van Hoge Gratie in Port-au-France) Prins [Rey 1999]), zou de Staat twee decennia later reden hebben om de bedevaart Saut-d'Eau in te perken. François Duvalier, president van het leven, nam de macht in 1957 en voerde draconische maatregelen om de oppositie tegen zijn dictatoriale regel onder druk te zetten, waaronder het verbieden van universiteitsstudenten om in de zomer van 1964 een bedevaart te maken naar Saut-d'Eau (Laguerre 1989, 98 ). Een arts en een etnograaf die eerder de politieke geschiedenis van zijn land hadden onderzocht en door het land reisden, "Papa Doc", zoals hij in de volksmond bekend was, erkenden de kracht van religie om weerstand te bieden tegen onderdrukking in Haïti, vandaar dat zijn regime het verbod uitvaardigde. in kwestie.

Het is niet duidelijk dat de opvolger van Papa Doc, zijn zoon Jean-Claude Duvalier, ook bekend als 'Baby Doc', die het voorzitterschap op zich nam na de dood van zijn vader in 1971, de bedevaart naar Saut-d'Eau ooit op soortgelijke wijze heeft beknot, maar, hoe dan ook, misschien hij zou moeten hebben. Want protesten van studenten zouden een van de belangrijkste oorzaken zijn van zijn val van macht in 1986, samen met de populaire kerkbeweging (Tilegliz) gevoed door de bevrijdingstheologie, hoewel er weliswaar weinig bekend is over welke rol Saut-d'Eau eventueel speelde in de protestbeweging. Na de lange periode van ballingschap van Baby Doc in Frankrijk, mocht de voormalige dictator ondertussen terugkeren naar Haïti in 2012 en daar vrij wonen tot zijn dood in 2014. Baby Doc bezocht eigenlijk Saut-d'Eau tijdens de juli-festiviteiten in 2012, tot verbazing van vele pelgrims. Maar ondanks de brutaliteit van zijn heerschappij over Haïti, was hij misschien net als de prostituees slechts een pelgrim, een andere spirituele inwoner, een die boete biedt aan de geestenwereld aan de vooravond van zijn aanstaande dood. Of misschien was hij er om de Maagd te bedanken voor het feit dat hij hem in de eerste plaats had toegestaan ​​terug te keren naar zijn thuisland, een historische ontwikkeling die veel Haïtiaanse waarnemers schokte.

Haïti is getuige geweest van heel wat sociale en politieke onrust en verwoesting van het milieu in de periode na Duvalier (van staatsgrepen en burgeroorlogen tot een cholera-epidemie en een catastrofale aardbeving), maar Saut-d'Eau heeft het allemaal overleefd en schijnbaar gestuurd uit de verdeeldheid van de natie en corrupte politieke arena. Integendeel, de site en de bedevaart zijn meer een bron van eenheid en troost voor het Haïtiaanse volk geworden in de nasleep van de rampspoed. De verdeeldheid tussen sociale klassen in Haïti is erbarmelijk en het klassicisme steekt daar vaak zijn lelijke kop in, terwijl Haïtianen die in de diaspora leven (bijna twee miljoen in totaal, meestal in de Verenigde Staten), vaak spottend worden gesproken door degenen in het thuisland. Ze verenigen zich echter allemaal tijdens de Saut-d'Eau-pelgrimstocht en baden samen in het zwembad aan de voet van de wonderbaarlijke watervallen, beide om dank te zeggen voor persoonlijk ontvangen zegeningen en om te bidden voor nationale genezing in eenheid (zoals het meest gebeurde na de tragische aardbeving van 2010, die het leven kostte van een kwart miljoen mensen), en om Haïti in het algemeen te beschermen. Zoals een pelgrim het stelde: "Ik kom bidden tot God dat zoiets als de aardbeving niet meer gebeurt" (Katz 2010). Je kunt natuurlijk bidden voor zulke dingen in je huiskamer of in de plaatselijke kerk, maar als je je verenigt met je mensen van heinde en ver bij Saut-d'Eau tijdens de pelgrimstocht van juli, verbeter je zowel het gebed als de nationale solidariteit.

DOCTRINES / OVERTUIGINGEN / RITUELEN
Er zijn natuurlijk veel formele katholieke doctrines met betrekking tot de Maagd Maria, maar ze zijn over het algemeen van weinig belang voor de meeste gelovigen die elke zomer naar Saut-d'Eau komen, vandaar dat het niet nodig is ze hier uiteen te zetten. Want de meerderheid van deze pelgrims is niet alleen Katholiek, maar zij beoefenen ook Vodou, wat geen gecentraliseerde religie is en grotendeels verstoken is van doctrine op zich, gescript of anderszins. Het is dus het beste om in plaats daarvan onze aandacht op dit moment te richten op overtuigingen en rituelen, om deze buitengewone bedevaartstraditie te begrijpen.

Haïtiaanse katholieken en vodouisten beschouwen de maagd Maria als de moeder van God, als de moeder van Haïti, en als de moeder van alle menselijke wezens. Zij is de ultieme bemiddelaar tussen mensen en God. Geen enkele heilige in Haïti ontvangt evenveel offers als de Gezegende Moeder of hoort evenveel smeekende gebeden. De Maagd Maria wordt opgevat als het meest wonderbaarlijke van alle heiligen en de heilige met de grootste zorg voor Haïti en voor Haïtianen. Ze wordt gecrediteerd met het hebben van het land van een grote pokkenepidemie in 1882, bijvoorbeeld, en voor het brengen van Paus Johannes Paulus II naar Haïti in 1983, een pauselijk bezoek dat de val van het brutale dynastieke Duvalier-regime in 1986 versnelde (Rey 1999 ; Rey 2002). Afgezien van de zegeningen die de Maagd aan de natie schenkt, worden er vaak wonderen gerapporteerd in het persoonlijke leven van de gelovigen, omdat vrijwel elke vorm van geluk (van het winnen van de loterij tot het verkrijgen van een groene kaart) kan worden toegeschreven aan de moederliefde van de Maagd Maria.

Voor veel Vodouisten is de Maagd Maria een manifestatie of op zijn minst een weerspiegeling van de meest geliefde van alle vrouwelijke wa, Èzili, die zelf verschillende vormen aanneemt, de belangrijkste onder hen zijn Èzili Freda en Èzili Dantò. Hoewel de Maagd en Èzili dus op grote schaal worden samengevoegd in de populaire Haïtiaanse religie, zijn hun karakteristieken meestal niet. Freda en Dantò zijn bijvoorbeeld niet kuis; de eerste heeft veel geliefden, sommige van hen zijn een mens, terwijl de laatste een alleenstaande moeder is. De nederigheid en gehoorzaamheid van de Gezegende Moeder wordt bovendien niet gedeeld door de Èzili lwas, omdat Freda dol is op fijne parfums en kant, terwijl Dantò wordt gevreesd voor haar woedeaanvallen. Een Haïtiaanse Vodouist die ik ken, schrijft zijn alcoholisme feitelijk toe aan de wil van Dantò, terwijl sommige transgenders in Haïti hun seksuele geaardheid toeschrijven aan de wil van Freda (Lescot en Magloire 2002). Dus, terwijl beelden, beelden en iconen van de Maagd Maria ideeën oproepen over Èzili, en dergelijke vormen van rituele parafernalia worden vaak aangetroffen in Vodou-tempels, worden de heilige en de wa in het algemeen niet als feitelijk of existentieel beschouwd als één en dezelfde .

Of pelgrims er zijn uit toewijding aan de Maagd Maria, Èzili, of beide, de centrale overtuigingen die jaarlijks tienduizenden Haïtianen brengen naar Saut-d'Eau zijn de volgende: de plaats is heilig, wonderbaarlijk en gekozen door de heiligen en de geesten. Bedevaarten over de hele wereld worden meestal gevormd door de menselijke zoektocht naar spirituele zuivering en om je relatie met het goddelijke te verdiepen, en Saut-d'Eau is hier zeker geen uitzondering op. Meer specifiek, schrijft Laguerre (1989: 92):

Pelgrims komen om vele redenen naar Saut D'Eau: een belofte doen of een gelofte doen, bedanken, geluk hebben om geld te verdienen, de bevelen van Voodoo-priesters opvolgen, trouwen of een kind verwekken . Voor zowel katholieken als voodoozen is Saut D'Eau een spiritueel centrum, een plek om goede relaties met de bovennatuurlijke wereld te vernieuwen.

Naast het creëren van ons mensen en de wereld om ons heen, creëerde God geesten en heiligen, zoals Èzili en de Maagd Maria, om ons te dienen en gediend te worden (Danbala en Aiyda Wèdo worden verondersteld als de eerste door God geschapen, overigens) . De geesten en heiligen hebben Saut-d'Eau gekozen als verblijfplaats of als plaats om te verschijnen. Ze maken zich bekend en beschikbaar voor hun toegewijden, in dit geval de menigte van pelgrims die de reis maken naar dit heilige bos in het Centraal Plateau van Haïti uit hun geloofsbeloftes aan dit recept van wederzijdse dienst. En hoewel sommige pelgrims ook arriveren tijdens de Goede Week en het Feest van Onze-Lieve-Vrouw van Barmhartigheid in september (Laguerre 1989: 85), is het in de weken voorafgaand aan het hoogtepunt van de bedevaart half juli dat de menigte de Ville Bonheur en Saut-d'Eau in een echt Vodouistisch / Katholiek Caraïbisch Mekka.

Rituelen uitgevoerd in Saut-d'Eau zijn zo veel en divers dat het vereist is en het hele boek om ze te catalogiseren en te beschrijven met elke adequaatheid. Complicerende zaken zijn dat er verschillende bestemmingen zijn waar pelgrims de heiligen en geesten prijzen en dienen en waar zij belichamen en twee religies uitvoeren, Vodou en het katholicisme, die tegelijkertijd dierbaar zijn voor de overgrote meerderheid van beoefenaars die elk jaar in juli arriveren. Sommigen zijn "gewoon" katholiek, terwijl de overgrote meerderheid van de Vodouisten ook katholiek is, net als de meeste Vodou-geesten zelf (Métraux 1972: 332), terwijl er in Haïti vaak gezegd wordt: "Om de wa te dienen, je moet katholiek zijn. "Hoe dan ook, gebed en offers zijn de meest gebruikelijke vormen van rituelen tijdens de Saut-d'Eau-bedevaart, en ze komen allemaal overvloedig voor in de dorpskerk, de watervallen, [Afbeelding rechts] en bij Nan Palm, de plek boven de watervallen waar de Maagd wordt verondersteld voor het eerst te zijn verschenen. Leslie Desmangles (1992: 136) observeert iets van een geografische "symbiose van ecologie" bij de Saut-d'Eau-bedevaart, met katholieke devoties die voornamelijk plaatsvinden op en rond de kerk in Ville Bonheur en Vodouistische devoties die voornamelijk plaatsvinden op en rond de watervallen. Meer recent zijn Vodou-ceremonies steeds vaker in de stad, net als rauwe partijen die schijnbaar weinig of niets met religie te maken hebben.

Je hoort veel liederen gezongen bij pelgrims in Saut-d'Eau, sommigen als solo's, anderen in groepen verenigd in het zingen van hymnes, hetzij naar de Maagd Maria, hetzij naar de geesten van Vodou. De uitvoering van muziek moet dus worden gerekend tot de vele rituelen tijdens de bedevaart, zowel de plechtige a capella hymnes begeleid door het geluid van de watervallen en de Vodou drummen vaak gehoord in de omliggende bosjes. Benjamin Hebblethwaite (2012: 26; vertaling in origineel) heeft een schat aan Vodouist-hymnes uit Haïti verzameld, waaronder een specifiek vervaardigd voor de Wonderbaarlijke Maagd van Saut-d'Eau:

Vyèj mirak Sodo,

m vin lapriyè w.

Mwen vin mande w

pou bay moun yo travay.

Men nuit kou jou, mesy,

y ape bleke man

Mwen sant m over o!

 

[Maagdelijk wonder van Saut-d'Eau,

Ik ben gekomen om tot je te bidden.

Ik kom je vragen om te geven

deze mensen werken.

Maar dag en nacht, mijn hemel,

ze spreken slecht.

Oh ik ben aan het einde van mijn touw!]

Zoals Hebblethwaite (Hebblethwaite (2012: 27) behulpzaam toevoegt: "Het lied onthult het belang van bedevaarten naar heilige plaatsen in de natuur en drukt de hoop uit die in de Maagd en de belegerde omstandigheden van de auteur wordt gelegd."

Een van de meest unieke kenmerken van de bedevaart in Haïti in het algemeen is het dragen van boetekleding (radicale penitans) en het vastbinden van kleurrijke touwen rond iemands middel, iets wat de katholieke hiërarchie ontmoedigt, maar die niettemin veel kleur geeft aan katholieke heiligdommen in de hele natie tijdens feestvieringen op feestdagen (Rey en Richman 2010). Rood en wit zijn veelvoorkomende kleurenkeuzes voor rad-penitans, met blauwe denimoverhemden en bloezen die rijk zijn, terwijl veel pelgrims strozakken dragen en strohoeden dragen, die doen denken aan Vodou's leidende landbouwgeest Azaka of Kouzen Zak. Het dragen van rad-penitans werd al in Saut-d'Eau waargenomen in 1910 door Eugène Aubin (Laguerre 1989: 83), dus het is waarschijnlijk een heel oude traditie. Wat de touwen betreft, heb ik elders beweerd dat ze konden voortkomen uit de Kongolese religieuze cultuur, die tenslotte een penwortel is van het Haïtiaanse marianisme (Rey en Richman 2009; Rey 2017). In het lesgeven over Africana-religies heb ik de term 'envesselment' bedacht om de belangrijkste overtuiging uit te leggen dat net zoals flessen, kalebassen, graven, bomen, tempels, kerken en amuletten dienen als vaten voor het beheersen van bovennatuurlijke kracht, dus ook doe menselijke lichamen. Wat is er beter dan touwen om dit proces van milieuvriendelijkheid te beveiligen, te intensiveren en uit te breiden?

De reis zelf bevat verschillende rituelen, naast het dragen van de kleurrijke touwen en rad-penitans. Veel pelgrims bidden of zingen hymnes langs de weg, mediteren over de loop van hun leven en de dingen waarvoor ze de geesten en heiligen bij aankomst zullen danken, of herinneren zichzelf aan de zegeningen waarvoor ze ze smeken. Voor sommigen vereist de reis ook stoppen bij elke katholieke kerk langs iemands route naar Saut-d'Eau, terwijl voor anderen bezoekbezoeken aan leiders van Vodouistische geheime genootschappen tussen de vertrek- en aankomstpunten ook een vereiste zijn (Laguerre 2013: 1081) .

Vodouistische rituelen in Saut-d'Eau nemen verschillende vormen aan. Eenmaal bij de watervallen strijken veel pelgrims zich neer in hun ondergoed, de vrouwen onder hen vaak topless, en baden in het zwembad onder de watervallen en laten het koele water hen reinigen. Dit schenkt zegeningen van de koning terwijl het ook de gelovigen zuivert, die verschillende offers achterlaten voor de geesten aan de rand van het zwembad, aan de voet van de omringende bomen en in scheuren in hun schors, en in droge hoekjes en gaatjes in de rotswand of op keien die uit het water oprijzen. Gewoonlijk verwijderen de pelgrims, voordat ze het water in gaan, de kleurrijke touwen die velen van hen tijdens hun verblijf naar Saut-d'Eau hebben gedragen en wikkelen ze rond bomen, vastgebonden om daar achtergelaten te worden nadat ze naar huis zijn teruggekeerd. De soorten rituelen en rituele parafernalia beschreven door Price-Mars (1928: 177, mijn vertaling) bijna 100 jaar geleden blijven overvloedig aanwezig op de Saut-d'Eau pelgrimstocht: "Anderen steken kaarsen aan de voet van de bomen, hangende touwen en hoofddoeken op doorzakkende takken. Ondertussen liggen de voedseloffers in talloze schepen verspreid over de vochtige schaduw van de bomen. "Men ziet ook Vodou-priesters en priesteressen ratels en bekkens met kruiden dragen, die worden gemengd met de heilige wateren en verspreid over de lichamen van cliënten die hen hebben vergezeld op de bedevaart om van een kwaal te genezen of om verzekerd te zijn van geluk (chans) voor sommige lopende zaken.

Hoewel het niet per se als een ritueel kan worden beschouwd, zou geen beschrijving van de Saut-d'Eau-bedevaart compleet zijn zonder ten minste een vermelding van geestbezit te hebben, een ervaring die het vaakst voorkomt in de poel onder de watervallen. In Haïtian Vodou worden gelovigen soms bezeten door de wa of in de nomenclatuur van de religie, een bezeten gelovige is een paard (chwal) die is gereden door zijn rijder. Dit is de afleiding van de titel van Maya Deren's klassieke studie van Haïtiaanse Vodou, zowel het boek [Deren 1953] als de film, De goddelijke ruiters [Deren 2005]). Samen met waarzeggerij is dit het krachtigste middel om contact te maken en te communiceren met het heilige in Haïtiaanse Vodou. Bezittingen kunnen behoorlijk dramatisch zijn, omdat de menselijke paarden de controle over hun lichaam verliezen, beven, kwijlen, gillen en spatten rond het water of kronkelend instorten in de armen van spotters.

In de katholieke kerk in Ville Bonheur wordt een noveen gebeden tijdens de dagen voorafgaand aan het feest van Onze-Lieve-Vrouw van de berg Karmel, 'culminerend met een grote bijeenkomst die wordt voorgezeten door de plaatselijke bisschop' (Brockman 2011: 497). Gedurende deze periode arriveren honderden bedelmonniken in de stad, waar het geven van liefdadigheid aan hen een belangrijke rituele dimensie van de bedevaart is. De missen worden goed bezocht, terwijl gedurende de rest van de dag smeekbeden te vinden zijn in en rond de ingepakte kerk tijdens het gebed. Zoals gebruikelijk in de katholieke kerken in Haïti, zijn de meeste suppliants vrouwen en bidden ze vaak hardop en smekend met uitgestrekte armen, handen geklemd met kaarsen, rozenkransen of foto's van geliefden voor wie ze de zegeningen van de maagd Maria zoeken, of in sommige voorbeelden van Sint Antonius, die ook met deze kerk is geassocieerd, zij het op een veel kleinere schaal (in Vodou, wordt Sint-Antonius samengevoegd met Legba, de leidende bedriegergeest en de bewaarder van de poorten tussen de geziene en onzichtbare werelden). Er worden offers aangeboden in en rond de kerk voor de Maagd, van kaarsen en bloemen tot schriftnotities en zelfs zelfgemaakte taarten. In de overtuiging dat de kerk prettig zou moeten ruiken voor de Gezegende Moeder (en voor Èzili) kan een liefhebber zo nu en dan een aërosol blikje luchtverfrisser over het heiligdom sproeien. Deze praktijk wordt ontmoedigd door de katholieke geestelijkheid, niet omdat het op een of andere manier heiligschennend is, maar vanwege het brandbare gevaar vertegenwoordigt dit in de nabijheid van verlichte kaarsen (O'Neil en Rey 2012).

Ten slotte, hoewel ze meestal worden geassocieerd met de vasten, wanneer ze de straten van steden en dorpen in Haïti animeren met vrolijke muziek en een luidruchtige processie, Rara bands zijn ook een kenmerk van de Saut-d'Eau / Ville Bonheur-ervaring (Sérant 2014). Elizabeth McAlister (2002: 3) vat handig hun bereik en hoofddoel samen:

Vanaf het moment dat Carnival eindigt, aan de vooravond van de Vastentijd, en zes weken tot de Paasweek begint, lopen Rara-processies kilometers door het lokale grondgebied, trekken fans aan en zingen nieuwe en oude liedjes. Bands stoppen urenlang met het verkeer om muziek te spelen en rituelen uit te voeren voor Afro-Haïtiaanse goden op kruispunten, bruggen en begraafplaatsen. Zij leiden het geestelijke werk dat noodzakelijk wordt wanneer de engelen en heiligen, samen met Jezus, op Goede Vrijdag in de onderwereld verdwijnen.

Het lijkt erop dat het "spirituele werk" van bepaalde Rara-bands is uitgebreid met periodes waarin de heiligen niet langer in de onderwereld zijn. De Maagd Maria is beslist niet tijdens het pelgrimsseizoen in het hoogseizoen, en nergens meer in Haïti dan in Saut-d'Eau, samen met Èzili, natuurlijk.

ORGANISATIE / LEIDERSCHAP

Er is een parochiepriester in residentie in de katholieke kerk in Ville Bonheur en hij beantwoordt rechtstreeks aan de aartsbisschop van Port-au-Prince, de hoofdstad die op ongeveer 100 km afstand ligt. Hoewel hij, zoals te verwachten is, het hele jaar door alle sacramentele riten voorzit, heeft de voorganger weinig tot geen overzicht over de bedevaart Saut-d'Eau. Niettemin is het een erg drukke tijd in zijn kerk, die wordt overspoeld met pelgrims en bedelmonniken die medio juli naar het stadje stromen. Andere priesters komen aan om de voorganger te helpen, want er is geen einde aan de items die pelgrims van hen vragen te zegenen, of hun personen of de rituele parafernalia die ze meebrengen of kopen bij de vele religieuze goederenverkopers in de stad voor de gelegenheid . Onnodig te zeggen dat de missen tijdens het pelgrimsseizoen zeer goed bezocht worden en de meeste aanwezigen dragen of dragen een symbool, amulet, rozenkrans, kaars of scapulier. De kerk staat maar een paar dagen in de wachtkamer.

Zoals met alle belangrijke feestdagen op de katholieke liturgische kalender, vraagt ​​het Feest van Onze Lieve Vrouw van de berg Caramel om een ​​processie, en dit wordt georganiseerd en gecontroleerd door de voorganger en elke bezoekende katholieke geestelijkheid. Processies zijn erg populair in het Haïtiaanse katholicisme. Het is niet ongebruikelijk om duizenden gelovigen te zien biddend, vaak in lied, achter een priester die het beeld van een heilige draagt ​​of achter een pick-up sleept, terwijl ze langzaam op straat door de straten rijden op een doorgewinterde weg van geloof. Tijdens de bedevaart Saut-d'Eau verwijdert een katholieke priester de icoon van Onze-Lieve-Vrouw van de berg Karmel van de kerk en laat deze boven op een vrachtwagen staan ​​om een ​​bochtige processie te leiden door de onverharde wegen van het dorp, met drommen trouwe aanbidders slenterend op sleeptouw. Het organiseren van de processie kan een uitdaging zijn, omdat sprekers aan de truck moeten worden bevestigd om de gebeden en hymnes te versterken, terwijl sommige jaren de drukte rond de kerk gewoonweg te zwaar zijn om het evenement helemaal te laten plaatsvinden (Lloyd 1992).

In tegenstelling tot het rooms-katholicisme is de Haïtiaanse Vodou geen gecentraliseerde religie, hoewel er belangrijke afstammelingen van priesters zijn (oungan) en priesteressen (MANBO). Dit zijn de hoogste autoriteiten in de religie, die krachtens een uitgebreide training en meestal ten minste twee stadia van initiatie, beheersing van rituelen en kennis van symbolen hebben die van vitaal belang zijn geweest voor de voeding en overdracht van de religie sinds het werd geboren onder Afrikanen in Saint-Domingue in de achttiende eeuw (hoewel met veel diepere Afrikaanse en katholieke wortels). Oungan en manbo zijn belangrijke figuren in de organisatie van de Saut-d'Eau-bedevaart, maar op een stukje manier in plaats van via een of andere nationale commissie van oudsten. Om specifiek te zijn, zullen zij hun volgelingen op bedevaart naar Saut-d'Eau en elders sturen, om geloften te vervullen, zegeningen veilig te stellen, de geesten te dienen en / of als onderdeel van hun eigen inwijding buiten het niveau van de lekenvakman. Zeven pelgrimages zijn in feite vereist als onderdeel van priesterlijke initiatie voor veel Vodouisten die priesters of priesteressen willen worden [Hebblethwaite 2011: 27]). Veel oungan en manbo maken de reis zelf, uiteraard, vaak met hun assistenten (ounsi) die hen vergezelt.

Het zou niet onnauwkeurig zijn om de ounsi een novice van soorten te noemen, iemand, mannelijk of vrouwelijk, die in de leer gaat onder een oungan of manbo als een cruciaal onderdeel van zijn of haar eigen training om mogelijk priester te worden. Dit proces gaat ervan uit dat ze de roeping en de gaven bezitten om dat te doen, iets dat meestal wordt bepaald door een erkende oungan of manbo. Ounsi zijn verder onderverdeeld in twee klassen, degenen die een voorlopige initiatie hebben ondergaan om assistent te worden van een priester of priesterschap, ounsi kanzoen degenen die zo'n overgangsrite niet hebben ondergaan, ounsi bosal (Hebblethwaite 2007: 277). Wat hun rang ook is, ounsi zijn over het algemeen belangrijke leden van een bepaalde Lakou, oftewel de tempelwoning, en ze orkestreren noodzakelijke elementen van communale rituelen, hebben intieme kennis verworven van de liederen die gezongen worden tijdens ceremonies en vaak dienen als een soort cantor. Er zijn dus veel ounsi onder de pelgrims in Saut-d'Eau, maar ze zouden in het algemeen geen rituele parafernalia dragen die hen als zodanig zouden kunnen onderscheiden, in tegenstelling tot veel van de oungan en manbo, die alleen de heilige rammelaar kunnen dragen en gebruiken (asson) dat is het hoofdsymbool van hun sacerdotale status.

De meeste mensen die Vodou in Haïti beoefenen ondergaan nooit een inleidende rite, ofwel omdat ze gewoon niet geroepen zijn om dat te doen of omdat de soms buitensporige kosten van de training en rituelen boven hun mogelijkheden liggen. Met dat gezegd, zijn er twee andere posities van leiderschap in de religie die over het algemeen niet vereisen dat iemand een inwijdingsritueel volgt, die van de medsin fey (letterlijk: bladarts) en de prètsavann (letterlijk: bospriester). De eerste is in wezen een kruidendokter, vaak getraind door een ouder lid van zijn / haar uitgebreide familie, terwijl de laatste een soort administratieve medewerker is die vaak wordt belast met de taak om de katholieke gebeden op te zeggen die meestal het begin van de communale Vodou markeren. rituelen, in het Frans en bij gelegenheid in het Latijn. Er zijn ongetwijfeld veel medsin-fey en prètsavann aanwezig bij de Saut-d'Eau-bedevaart, die aantrekkelijk zou zijn om redenen die de lekenpelgrimaan te boven gaan. Om te beginnen zijn er talloze communale Vodou-ceremonies die plaatsvinden in de stad en in het hele gebied rond de watervallen, en daarom zijn de diensten van de prètsavann erg in trek; voor een ander, enkele van de heiligste bladeren en heiligste wateren in Haïti zijn te vinden in Saut-d'Eau. De ondernemende prètsavann maakt het dus een punt om wat te verzamelen om na de pelgrimage terug naar huis te brengen.

PROBLEMEN / UITDAGINGEN

Twee serieuze uitdagingen worden momenteel geconfronteerd met Saut-d'Eau: aantasting van het milieu en een nieuwe golf van religieuze intolerantie.

De geneeskrachtige wateren van de prachtige watervallen op het bedevaartsoord lopen tijdens het regenseizoen nog steeds prachtig over, terwijl ze in andere delen van het jaar tot een ware stroompje worden herleid. Zoals een Haïtiaanse journalist het zei: "Het water in Saut-d'Eau droogt op. Saut-d'Eau dreigt slechts een herinnering te worden. Een attractie alleen tijdens het regenseizoen. Of, erger nog, een archeologische site die het verleden herdenkt "(anoniem 2013). Het is onduidelijk of de catastrofale 2010-aardbeving heeft bijgedragen aan dit probleem, maar het is al lang bekend dat ontbossing in Haïti zware ecologische en economische gevolgen heeft, bodemerosie is van het grootste belang, en het was slechts een kwestie van tijd dat een van de mooiste en meest gevierde plaatsen in Haïti zouden in gevaar komen.

Saut-d'Eau heeft internationale erkenning gekregen, zowel vanwege zijn religieuze betekenis als vanwege zijn natuurlijke schoonheid, en het komt steeds vaker voor dat buitenlandse toeristen en journalisten het bedevaartsoord bezoeken, vooral tijdens de juli-vieringen. Volgens de Haïtiaanse minister van Milieu Jean-Francois, "(t) hij valt bij Saut-d'Eau behoren tot de zeven mooiste watervallen ter wereld" (Anoniem 2013). Door de site te erkennen als een echte nationale schat en een belangrijke bron van toeristeninkomsten, lanceerde de Haïtiaanse staat, in samenwerking met de Zwitserse ambassade in Haïti, in 2013 een herbebossingsinitiatief. Erosie rond de watervallen is de afgelopen jaren verslechterd tot een dergelijke de mate waarin deskundigen vreesden dat hun eigen structuur op instorten stond; vandaar deze gerichte inspanning voor ecologische duurzaamheid. Naast het planten van een miljoen jonge boompjes, riep het initiatief ook op tot een gemeenschapsrestaurant met 500 zitplaatsen, een plek voor pelgrims en andere bezoekers om te ontspannen en / of een warme maaltijd te nemen tegen een redelijke prijs, in plaats van buiten te eten. , zoals de meeste mensen dat doen tijdens het pelgrimsseizoen.

Sinds de 2010-aardbeving heeft religieuze onverdraagzaamheid in Haïti opnieuw haar lelijke kop opgestoken, met een opmerkelijke terugkeer van de vervolging van Vodouisten door christenen. Echter, in tegenstelling tot eerdere delen van de Haïtiaanse geschiedenis, zijn het nu vooral evangelische protestanten, en niet de katholieke hiërarchie, die Vodou afkeuren als satanisch. Vlak voor de aardbeving had de hiërarchie van de katholieke kerk de leiders van de Vodoust uit de arm genomen om de dialoog te bevorderen (Richman 2012), hoewel sommige katholieke priesters zeker blijven tegen Vodou. Een van de meest populaire onder hen, pater Jules Campion, heeft de aardbeving geprofeteerd en beschuldigt Vodou, samen met homoseksualiteit en een algemeen gebrek aan gebed onder de gelovigen, voor het provoceren van de toorn van God op zulke seismische proporties (Rey aanstaande).

Maar de belangrijkste anti-vodou-troepenmacht in Haïti is vandaag duidelijk protestant, en niet noodzakelijkerwijs van de buitenlandse zendingsvariëteit, maar eerder een inheemse. De meest krachtige nationale scheppingsmythe van Haïti is van een Vodou-ceremonie op een plek ten noordoosten van Saut-d'Eau, genaamd Bois Caïman in augustus van 1791, die werd geleid door de oungan Boukman Dutty en een manbo genaamd Cecille Fatiman. De legende gaat dat ze een varken hebben opgeofferd en de aanwezige slaven hebben opgeroepen om op te staan ​​en terug te slaan tegen hun witte Franse meesters, waardoor de Haïtiaanse revolutie vonk. Het is dan ook niet verrassend dat Bois Caïman elk jaar in augustus een eigen bedevaartsoord voor vodouisten is geworden. In de afgelopen jaren zijn ze daar echter geconfronteerd met grote menigten evangelische christenen die het verhaal hebben gekocht dat de 1791-ceremonie feitelijk een Faustiaans pact was met de duivel die verantwoordelijk is voor de daaropvolgende twee eeuwen van ongeluk van Haïti. Dit verhaal begon voor het eerst te roeren in Haïtiaanse protestantse cirkels in de 1990s (McAlister 2012). Hoewel er geen bewijs is dat evangelicals zich massaal hebben verzameld om Vodouisten tijdens de Saut-d'Eau-bedevaart af te wijzen, lijkt het slechts een kwestie van tijd voordat ze dat doen. Ondertussen bezoeken sommige protestanten Saut-d'Eau eigenlijk om zegeningen clandestien te zoeken, terwijl een lid van de nabijgelegen Seventh Day Adventist onlangs de leiding heeft gehad over de sprekers tijdens de processie van Onze Lieve Vrouw van de Karmel in Ville Bonheur (Walcam 2015) .

Tenslotte, hoewel het zou kunnen worden gedebatteerd of dit eigenlijk een soort uitdaging vertegenwoordigt, verdient het vermelding dat, vanaf 2015, de magnifieke en wonderbaarlijke watervallen in Saut-d'Eau als achtergrond hebben gediend voor een jaarlijkse "Hot Bikini" "Fotoshoot (anoniem 2016). In tegenstelling tot veel van de vrouwen die de waterval bezoeken voor meer waarneembare spirituele speurtochten, lijken de modellen bij de shoot nooit topless te zijn. Een van hen deed echter kennelijk voor de goede schijn een baseballpet dragen met een Vodou-symbool! Dit is slechts een weerspiegeling van een seculariserende trend die zich in de loop der jaren heeft afgespeeld bij de heilige watervallen, omdat de meest vrome pelgrims van Saut-d'Eau tegenwoordig vaak in de minderheid zijn door feestvierders die er gewoon zijn om te feesten. Je kunt je afvragen wat de Maagd Maria en Èzili denken over de toekomst van deze opmerkelijke heilige plaats.

REFERENTIES

Anoniem. 2016. "L'Assaut de Saut d'Eau." De Nouvellist, Juli 1.

Anoniem. 2013. "Initiatief gouvernementale pour sauver les chutes de Saut-d'Eau." De Nouvellist, Juli 17.

Brockman, Norbert C. 2011. Encyclopedia of Sacred Spaces, 2, 2. Santa Barbara: ABC-CLIO.

Cosentino, Donald J. 1995. "It's All for you, Sen Jak!" In Heilige Kunsten van Haïtiaanse Vodou, uitgegeven door Donald J. Cosentino. Los Angeles: UCLA Fowler Museum.

Deren, Maya. 1953. The Divine Horsemen: The Living Gods of Haiti. Londen en New York: Thames and Hudson.

Deren, Maya, Cherel Ito en Teiji Ito. 2005. The Divine Horsemen: The Living Gods of Haiti. Montauk: Mystic Fire Video.

Desmangles, Leslie G. 1992. The Faces of the Gods: Vodou en Roman Catholicism in Haïti. Chapel Hill: University of North Carolina Press.

Eliade, Mircea. 1961. The Sacred and the Profane: The Nature of Religion. Vertaald door Willard R. Trask. New York: Harper.

Glazier, Stephen D. 1983. "Caribbean Pilgrimages: A Typology." Tijdschrift voor de Wetenschappelijke Studie van Godsdienst 22: 316-25.

Greenfield, Sidney M. en Antonio Mourão Cavalcante. 2006. "Bedevaart en patronage in Brazilië: een paradigma voor sociale relaties en religieuze diversiteit." Luso-Braziliaanse recensie 43: 63-89.

Hebblethwaite, Benjamin. 2011. Vodou Songs in Haïtiaans Creools en Engels. Philadelphia: Temple University Press.

Herskovits, Melville J. 1937. Het leven in een Haïtiaanse vallei. Londen en New York: Knopf.

Hurbon, Laënnec. 1987. Dieu dans le vaudou haïtien. Port-au-Prince: Deschamps.

Katz, Jonathan M. 2010. "Quake Troubles Wash away in Sacred Haiti Waterfall." San Diego Tribune, Juli 16.

Laguerre, Michel S. 2013. "Bedevaarten." Pp. 1079-081 in The Encyclopedia of Caribbean Religions, Volume I, AL, uitgegeven door Patrick Taylor en Frederick I. Case. Chicago: University of Chicago Press.

Laguerre, Michel S. 1989. Voodoo en politiek in Haïti. New York: St. Martin's.

Laguerre, Michel S. 1986. "Haïtiaanse bedevaart naar onze lieve vrouw van Saut d'Eau." Sociaal kompas 33: 5-21.

Leland, Andrea E en Bob Richards. 1989. Voodoo en de kerk in Haïti. Harriman: Transit Media.

Lescot, Anne en Laurence Magloire. 2002. Van mensen en goden. Watertown: educatieve documentatiebronnen

Lloyd, Robin. 1992. Haïtiaanse bedevaart. Burlington: Green Valley Films.

McAlister, Elizabeth. 2012. "Van Slavenopstand tot Bloedpact: de evangelische herschrijving van de Haïtiaanse geschiedenis." Studies Religie / Godsdienstwetenschappen 41: 187-215.

McAlister, Elizabeth. 2002. Rara! Vodou, kracht en prestaties in Haïti en zijn diaspora. Berkeley en Los Angeles: University of California Press.

McAlister, Elizabeth. 1998. "Vodou en katholicisme in het tijdperk van transnationalisme: de Madonna van 115th Street Revisited. "Pp. 123-60 in Bijeenkomsten in Diaspora: religieuze gemeenschappen en de nieuwe immigratie, bewerkt door R. Stephen Warner. Philadelphia: Temple University Press.

O'Neil, Deborah en Terry Rey. 2012. "The Saint and Siren: Liberation Hagiography in een Haïtiaans dorp." Studies Religie / Godsdienstwetenschappen 41: 166-86.

Orsi, Robert. 1992. "The Religious Boundaries of a Inbetween People: Street Festivals en het probleem van de Dark-Skinned Other in het Italiaans Harlem, 1920-1990. " American Quarterly 44: 313-47.

Prijs-Mars, Jean. 1928. Ainsi parla l'oncle: essais d'ethnographie. New York: Parapsychology Society.

Rey, Terry. Komende. "Angst en beven in Haïti: een charismatische profetie van de aardbeving van 2010." Vuur uit de hemel: pinkstergemeente, katholicisme en de geestenwereld. bewerkt door Stan Chu Ilo. Eugene: Cascade.

Rey, Terry. 2017. De priester en de profetes: Abbé Ouvière, Romaine Rivière en de revolutionaire Atlantische wereld. New York: Oxford University Press.

Rey, Terry. 2005a. "Trees in Haitian Vodou." Pp. 1658-659 in De encyclopedie van religie en natuur, bewerkt door Bron Taylor. Londen en New York: Continuum ,.

Rey, Terry. 2005b. "Naar een ethnohistorie van de bedevaart van Haïti." Journal de la Société des Américanistes 91: 161-83.

Rey, Terry. 2004. "Marian Devotion bij een Haïtiaanse katholieke parochie in Miami: de feestdag van onze lieve vrouw van eeuwige hulp." Journal of Contemporary Religion 19: 353-74.

Rey, Terry. 2002. "The Politics of Patron Sainthood in Haiti: 500 Years of Iconic Struggle. Katholiek historisch overzicht 81: 519-45.

Rey, Terry. 1999. Onze Lieve Vrouw van de klassenstrijd: De cultus van de Maagd Maria in Haïti. Trenton: Africa World Press.

Rey, Terry en Karen Richman. 2010. "The Somatics of Syncretism: Tying Body and Soul in Haïtiaanse religie." Studies Religie / Godsdienstwetenschappen 39: 379-403.

Rey, Terry en Alex Stepick. 2013. Het water oversteken en het geloof bewaren: Haïtiaanse religie in Miami. New York: New York University Press.

Richman, Karen. 2012. "Religion at the Epicenter: Agency and Affiliation in Léogâne na de aardbeving." Studies Religie / Godsdienstwetenschappen 41: 148-65.

Rouzier, Séxeman. 1891. Dictionnaire géographique d'Haïti. Parijs: Charles Blot.

Sérant, Claude Bernard. 2016. "Saut-d'Eau: Route de la foi." De Nouvellist, Juli 14.

Walcam. 2015. "Cent dix ans depuis l'verschijning de la Vierge Miracle à Saut-d'Eau." Le National, Juli 17.

Geplaatst:
24 oktober 2017

 

 

 

 

Deel