Jeffrey T Kenney

islamitische Staat

ISLAMITISCHE TOESTAND TIJDLIJN

1999: Abu Musab al-Zarqawi ontmoette Osama bin Laden voor het eerst in Afghanistan en zette vervolgens een concurrerend jihadistisch trainingskamp op.

2001: Zarqawi's jihadistische groep, Jama'at al-Tawhid wa'l-Jihad (JTL), begint operaties in Jordanië.

2003 (maart): de Amerikaanse invasie van Irak vond plaats; Zarqawi keerde met JTL terug naar Irak om de VS te confronteren

2004 (september): Zarqawi verklaarde trouw aan Osama bin Laden en hernoemt zijn groep al-Qaeda in Irak (AQI).

2006 (juni): een Amerikaanse luchtaanval doodde Zarqawi; Abu Ayyub al-Masri kwam naar voren als de nieuwe leider van AQI.

2006 (oktober): al-Masri hernoemde AQI tot de Islamitische Staat in Irak (ISI) en identificeerde Abu Omar al-Baghdadi als de leider.

2010 (april): Abu Bakr al-Baghdadi kwam naar voren als leider van ISI nadat al-Masri en Abu Omar al-Baghdadi werden gedood tijdens een Amerikaans-Iraakse militaire operatie.

2013 (april): ISI kondigde aan dat het Jabhat al-Nusra, een in Syrië gevestigde jihadistische groep die gelieerd is aan al-Qaeda, absorbeert; ISI werd omgedoopt tot de Islamitische Staat van Irak en al-Sham (ISIS).

2014 (februari): Al-Qaeda heeft de banden met ISIS afgezworen.

2014 (juni): Mosul, Irak, viel op ISIS; al-Baghdadi hernoemde ISIS tot de Islamitische Staat (IS) en verklaarde zichzelf tot kalief.

2014 (juli): het eerste nummer van het ISIS / IS online magazine, Dabiq, verscheen.

2014 (augustus): de VS begonnen hun luchtcampagne tegen IS-doelen in Irak; IS begon een aantal veelbesproken onthoofdingen van westerse gevangenen uit te voeren.

2014 (september): een internationale coalitie om IS te verslaan kreeg vorm onder leiding van de VS.

2014 (november): Ansar Beit al-Maqdis, een islamistische militante groep die actief is in de Egyptische Sinaï, verklaarde zich trouw aan IS en noemde zichzelf Wilayat Sinai of provincie Sinaï.

2015 (januari): Islamistische militanten in Libië, die zichzelf identificeerden als een provincie van IS, Wilayat Tarablus, ontvoerden eenentwintig Egyptische arbeiders die de volgende maand werden onthoofd wegens schokkende waarde.

2015 (maart): Boko Haram, de Nigeriaanse militante groep, verklaarde zich trouw aan IS.

2015 (mei): IS veroverde Ramadi, Irak, en Palmyra, Syrië.

OPSCHRIFT / GROEP GESCHIEDENIS

De groep die momenteel bekend staat als de Islamitische Staat heeft zijn naam verschillende keren veranderd door zijn korte geschiedenis. In het verhaal dat volgt, worden de verschillende identiteiten voor de juiste tijdsperioden erkend. Het is echter belangrijk op te merken dat de Islamitische Staat op meerdere en soms verwarrende manieren wordt aangeduid: de twee meest voorkomende alternatieve gebruiken zijn de Islamitische Staat van Irak en al-Sham of ISIS en de Islamitische Staat van Irak en de Islamitische Staat van Irak. Levant of ISIL; het onderscheid heeft hier betrekking op de beste weergave van de Arabische transliteratie "al-Sham", de regio die ooit bekend stond als Groot-Syrië, waarbij sommigen de voorkeur gaven aan het Engels "de Levant". In de Arabische wereld, al-Dawla al-Islamiyya fi'l-Irak en al-Sham of Daesh is populair geworden, deels omdat het acroniem satirische en respectloze toneelstukken op andere Arabische woorden mogelijk maakt. Sommigen hebben de wijsheid in twijfel getrokken van het aannemen van verwijzingen zoals ISIS, ISIL of zelfs de Islamitische Staat, omdat ze, in de context van een voortdurende propagandaoorlog, onbedoeld steun kunnen verlenen aan de claim van het hebben van legitieme islamitische politieke autoriteit.

De Islamitische Staat (IS) vertegenwoordigt een nieuwe generatie van wereldwijde islamitische vorming die jihadi-salafistische ideologie, geavanceerde public relations, guerrillaoorlogvoering en aspiraties van staatsopbouw combineert. Het kwam naar voren als een dominante factor toen de chaos van twee falende landen in het Midden-Oosten, Irak en Syrië, een anderszins geïsoleerde jihadistische militie in staat stelde zichzelf opnieuw uit te vinden en te spelen op politieke, economische en sociale desillusie in de regio en daarbuiten. Het korte-termijnsucces van IS heeft belangrijke vragen opgeroepen over de politieke samenhang van natiestaten in het Midden-Oosten, het westerse buitenlandse beleid in de regio en de bredere moslimwereld, de beweeglijkheid van de mondiale moslimidentiteit en het vermogen van jihadistische groepen om kapitaliseren op de mislukkingen, reëel en waargenomen, van moderniteit.

IS heeft zowel een ideologische genealogie als organisatorische geschiedenis, en hun onderlinge samenhang is belangrijk voor het begrijpen van de manier waarop de groep speelt in de moderne islamitische verbeeldingskracht over relaties tussen religie en staat. De ideologische wortels van IS volgen terug naar het islamisme (soms aangeduid als de politieke islam) en de islamisten beweren dat de islam, niet de seculiere natiestaten, de antwoorden houdt op ontwikkeling en politieke identiteit in de moslimwereld. Voor de oorspronkelijke voorstanders, Hasan al-Banna van Egypte en Mawlana Mawdudi van India (en later Pakistan), leverde het islamisme een authentiek tegenargument op voor de westerse moderniteit die in de eerste helft van de twintigste eeuw zoveel moslims had aangetrokken als de meest haalbare middelen om een ​​plaats te vestigen in het opkomende mondiale systeem. De zaden van het islamisme werden geplant, niet toevallig, precies op het moment dat landen met een meerderheid van de moslims voor de uitdaging van het kolonialisme stonden en over hun eigen politieke toekomst beslisten. En de historische instelling van het kalifaat maakte zelf deel uit van deze mix van islamitische identiteitspolitiek.

Opgericht in 632 CE na de dood van de profeet Mohammed, werd het kalifaat officieel afgeschaft in 1924 nadat de nieuw gevormde natiestaat Turkije, het overgebleven overblijfsel van het Ottomaanse rijk, zijn islamitische culturele bagage had afgestoten en een eurocentrische (dwz seculiere) toekomst. In zeer reële zin betekende het einde van het kalifaat dus de opkomst van politieke moderniteit in het Midden-Oosten, en het islamisme kwam naar voren als een op de islam gerichte reactie, een poging om te moderniseren langs een pad dat een duidelijk andere identiteit voor moslims handhaafde, zelfs wanneer dit pad veel van dezelfde structurele en institutionele configuraties nabootste als westerse natiestaten. De meeste natiestaten met een moslimmeerderheid verwerpen de expliciete omarming van de secularisatie door Turkije, maar ze hebben politieke systemen aangenomen met een seculiere onderbouwing, waaronder juridische structuren.

In plaats van te verdwijnen uit de historische scène, werden islamitische bewegingen, zoals de Society of Muslim Brothers in Egypte, gesticht door Hasan al-Banna in 1928, een stem van politieke oppositie, een die soms behoorlijk brutaal werd onderdrukt. De Het autoritaire karakter van veel staten in het Midden-Oosten maakte het voor islamisten moeilijk om openlijk te pleiten voor de versie van een islamitische staat, en de incidentele uitbarsting van politiek geweld door islamisten gaf autoritaire regimes de reden om nog harder op deze bewegingen te kraken. In de loop van de tijd verdeelden islamisten zich over de meest effectieve middelen om hun ideale islamitische orde tot stand te brengen binnen het kader van natiestaten die weinig gelegenheid gaven om deel te nemen aan een open politiek debat: sommigen, in navolging van de Moslimbroederschap-ideoloog Sayyid Qutb in zijn radicale primer , Mijlpalen, veranderde in strijdbaarheid als de enige manier om te elimineren wat voor hen afvallige heersers waren geworden, zo niet goddeloze samenlevingen; de meesten pleitten echter voor een bescheiden pad van prediken, onderwijzen en liefdadigheidswerk.

Dit alles lijkt misschien ver verwijderd van IS, maar de militante trend onder islamisten binnen moslim-meerderheidsnaties nam een ​​dramatische wending in de nasleep van de Afghaans-Sovjetoorlog, die aanleiding gaf tot het wereldwijde jihadisme van al-Qaeda, dat de voorbode was naar IS. Activistische moslims stroomden samen naar de slagvelden van Afghanistan, met de bedoeling jihad te voeren tegen de Sovjet-indringers; en ze werden ondersteund in hun pogingen, in het geheim in die tijd, door de intelligentie diensten van de Verenigde Staten, Saudi-Arabië en Pakistan. Nadat de Sovjets waren verslagen, bleven enkele van de zogenaamde "Arabische Afghanen" in Afghanistan en enkelen voelden zich aangetrokken tot de oproep van Osama bin Laden om de jihad voort te zetten, maar deze mondiaal te nemen. al-Qaeda bestond voor een deel uit militante islamisten uit plaatsen als Egypte, Saoedi-Arabië, Pakistan, Tunesië en Jordanië, die de islamistische agenda in hun thuisland hadden gepusht en er niet in slaagden vooruitgang te boeken tegen regeringen die onvriendelijk waren voor hun politieke doelen ( Wright 2006: 114-64). Zo was de onderbevelhebber van Al-Qaeda, Ayman al-Zawahiri, in Egypte gevangen gezet wegens zijn betrokkenheid bij de Jihad-organisatie, die president Anwar Sadat in 1981 had vermoord. Maar wat onderscheidde het wereldwijde jihadisme van al-Qaeda van Islamisme van bijvoorbeeld Hamas in Palestina of Jihad in Egypte was de identificatie van het Westen, in het bijzonder de Verenigde Staten, als de belangrijkste dreiging en focus van de jihad. Terwijl militante islamisten hun aandacht richtten op de 'nabije vijand' van geseculariseerde Arabisch-islamitische elites (beschouwd als afvalligen), zagen mondiale jihadisten de 'verre vijand' van het Westen als de ultieme uitdaging voor de overwinning van de islam. Bovendien, terwijl gematigde islamisten in de loop van de tijd vrede hadden gesloten met het moderne staatssysteem, zelfs overeenkwamen om politieke partijen te vormen en deel te nemen aan verkiezingen, begonnen mondiale jihadisten een dergelijke betrokkenheid te zien als een omhelzing van westerse manieren en een verraad aan de islamitische zaak.

Een belangrijke factor in de opkomst van het wereldwijde jihadisme was dan ook het falen van het islamisme om te worden ondergebracht in de 'instrumentale politiek' van natiestaten in het Midden-Oosten (Devji 2005: 2). Islamisme ging globaal omdat het de weg naar macht vond geblokkeerd door autoritaire staten die vijandig staan ​​ten opzichte van zijn politieke doelen, en het mondiale jihadisme kon alleen maar verder wortelen dan de effectieve soevereiniteit van welke staat dan ook. Zo was het de chaos van het door de oorlog verwoeste Afghanistan dat Bin Laden in staat stelde al-Qaeda te organiseren, jihadistische trainingskampen op te zetten en oorlog te voeren tegen wat hij 'de wereldwijde kruisvaarders' noemde. En het was de chaos van Irak die diende als achtergrond voor de organisatiegeschiedenis van IS.

De persoon die deze chaos heeft geactiveerd en verergerd, was Abu Musab al-Zaraqwi, een Jordaanse jihadist met een geschiedenis van brutaalterroristische daden. Na een gevangenisstraf in Jordanië te hebben uitgezeten, reisde hij in 1999 naar Afghanistan, waar hij Osama bin Laden ontmoette en met de hulp van Bin Laden een concurrerend jihadistisch trainingskamp in de buurt begon. Hoewel Zarqawi veel van de opvattingen en doelen van al-Qaeda deelde, bleef hij onafhankelijk. Hij richtte Jama'at al-Tawhid wa'l-Jihad (JTL) op, die zowel in het Midden-Oosten als in Europa een record van terrorisme vestigde, wat allemaal de aandacht trok van Amerikaanse inlichtingendiensten. Hij verplaatste zijn operatiekamer naar Irak nadat de VS in 2003 waren binnengevallen om de confrontatie aan te gaan met westerse troepen. In 2004 had Zarqawi trouw beloofd aan Bin Laden en werd JTL omgedoopt tot Al-Qaeda in Irak (AQI). Tussen 2004 en zijn doelbewuste moord door een Amerikaanse luchtaanval in 2006, voerde Zarqawi een sektarische oorlog, vermoedelijk met de goedkeuring van Bin Laden, tegen de Iraakse sjiieten in een poging het land te verdelen en de soennitische bevolking naar het kamp van AQI te drijven. Zarqawi's methoden waren zo bloederig dat hij een berisping kreeg van Zawahiri over de noodzaak om te voorkomen dat moslims vervreemd raken van de jihadistische zaak (Cockburn 2015: 52; Weiss en Hassan 2015: 20-39).

Na de dood van Zarqawi viel het bevel over AQI in handen van Abu Ayyub al-Masri, die de organisatie een paar maanden later hernoemde tot Islamitische Staat van Irak (ISI) en Abu Omar al-Baghdadi als leider identificeerde. Vanaf 2007 kreeg ISI te maken met toenemende druk van de Sunni Awakening, een gezamenlijke inspanning van soennitische stammen en het Amerikaanse leger om de jihadistische dreiging uit te bannen. In 2010 was ISI getuige geweest van een ernstige achteruitgang in zijn vermogen om de vijand aan te vallen, of het nu sjiieten of coalitietroepen waren, en het doden van zowel Masri als al-Baghdadi leek deze situatie te bevestigen. De nieuwe leider van ISI, Abu Bakr al-Baghdadi, erfde een sterk verzwakte organisatie, maar de terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Irak in 2011 bood een opening om terroristische acties nieuw leven in te blazen. ISI kreeg een extra impuls van de burgeroorlog die eind 2011 uitbrak in het naburige Syrië als gevolg van de opstanden in de Arabische lente. De lang onderdrukte soennitische meerderheid van Syrië kwam in opstand tegen president Bashar al-Assad, die zijn steun kreeg van de Alawitische minderheid (een sjiitische subsector). Een groot deel van de aanvankelijke soennitische oppositie in Syrië weerspiegelde seculiere neigingen, maar die werd al snel achterhaald en gefinancierd door islamistische en jihadistische groeperingen. Dus wat begon als een breed gedragen protest tegen het regime om politieke en economische rechten voor soennieten te eisen, veranderde in een religieuze sektarische strijd die regionale machten, zoals Turkije, Saoedi-Arabië en Iran, aantrok die hun eigen politieke agenda's wilden promoten.

Ondertussen, in Irak, implementeerde de nieuw verkozen president, Nouri Kamal al-Maliki, een reeks beleidsmaatregelen die de Shi'i versterktenmeerderheid, vaak ten koste van de soennitische minderheid die het land had geregeerd onder het Baath-regime van Saddam Hoessein. De Iraakse soennieten hadden al een dramatische achteruitgang van hun politieke en economische macht ervaren als gevolg van het de-Baathificatiebeleid dat onder de Amerikaanse bezetting werd ingevoerd, inclusief de ontbinding van het Iraakse leger. Hun gevoel van disenfranchisement groeide toen de door de sjiieten gedomineerde regering in Bagdad haar banden met Iran versterkte, steun kreeg van sjiitische milities en zich richtte op soennieten / baathisten die ervan werden beschuldigd de macht te herwinnen. Het protest van de soennieten in Syrië werd een strijdkreet voor de soennieten in Irak, en ISI was daar om van de situatie te profiteren. Een schijnbaar perfecte storm van belegerde soennieten en harteloze sjiitische heersers in Syrië en Irak gaf ISI de kans om de vlammen van het sektarisme aan te wakkeren en zich in de vluchtige mix van identiteitspolitiek te laten doordringen.

Het instrument van ISI's interventie in Syrië was een aan AQI gelieerde groep, Jabhat al-Nusra (JN), die zich begin 2013 onder de groep oppositiestrijders vestigde. Bewerend dat het JN had gestuurd om voet aan de grond te krijgen voor ISI in Syrië, Baghdadi verklaarde de tweegroepen waren samengevoegd tot de Islamitische Staat van Irak en al-Sham (ISIS). De leider van JN, Abu Muhammad al-Jawlani, wees de fusie af en er ontstond een ruzie tussen ISIS en al-Qaeda, waarbij Zawahiri probeerde het operatiegebied van Bagdad te beperken tot Irak. In Syrië waren er veel onderlinge strijd tussen jihadistische groeperingen, maar de kloof tussen ISIS en Al-Qaeda dreigde de kerngroep die het mondiale jihadisme ging definiëren, te splitsen. Begin 2014 hadden al-Qaeda en ISIS elkaar afgezworen, en in juni van dat jaar voerde ISIS een gedurfde militaire aanval uit in Irak, waaronder de inname van Mosul, de op een na grootste stad van het land, en een zeer gedramatiseerde 'grensverlegging'. campagne die de barrière tussen Syrië en Irak wegnam.

Met de grens onder controle, argumenteerde ISIS dat het tijdperk van de Sykes-Picot-overeenkomst, een geheim verdrag dat het Midden-Oosten verdeelde in koloniale invloeden, onderhandeld in 1916 tussen Frankrijk en Groot-Brittannië, tot een einde was gekomen, en zo ook de westerse ideologie die moslimmensen in de regio van elkaar scheidde: nationalisme. ISIS gebruikte deze gelegenheid om de oprichting van de Islamitische Staat (IS) en de terugkeer van het kalifaat te verklaren, met Baghdadi de "commandant van de trouw, "de persoon aan wie alle moslims over de hele wereld trouw en gehoorzaamheid verschuldigd zijn. In een symbolische demonstratie van zijn nieuwe titel, leverde Baghdadi, gekleed in traditionele kledij, de vrijdag preek, op 4 juli, in de Grote Moskee van Mosul en leidde de congregatie in gebed. Zijn preek maakte duidelijk dat de wereld nu verdeeld was in twee tegengestelde krachten, "het kamp van de islam en het geloof, en het kamp van kufr (ongeloof) en hypocrisie", en moslims over de hele wereld waren nu religieus verplicht om te emigreren naar de staat waar Islam en geloof regeerden (Dabiq 1: 10).

Het is belangrijk op te merken dat het kalifaat deel uitmaakte van Bin Ladens theoretische gezichtsveld. In een interview een maand na 9 september zei hij: “Dus ik zeg dat onze zorg in het algemeen is dat onze umma zich verenigt onder de woorden van het Boek van God of zijn profeet, en dat deze natie de rechtvaardigen zou moeten vestigen. kalifaat van onze umma… dat de rechtvaardige kalief zal terugkeren met de toestemming van God ”(Bin Laden 11: 2005). Maar Bin Laden en zijn opvolger, Zawahiri, behielden hun militante focus op de 'verre vijand', zonder de precieze parameters te formuleren die het kalifaat mogelijk zouden maken om opnieuw te verschijnen. IS zou later beweren dat het de wens van Bin Laden vervulde, Bin Laden in zijn jihadistische afkomst bracht en Zawahiri isoleerde als een ineffectieve voorwendsel.

IS bleef terrein winnen in Irak en Syrië, en vrijwilligers arriveerden van over de hele wereld, tot grote ergernis van westerse landen die getuige waren van sommige van hun mede-moslim-burgers die hun ogenschijnlijk comfortabele leven verlieten om zich bij een jihadist aan te sluiten organisatie die zich inzet voor het bevorderen van mondiaal conflict (Taub 2015). En IS maakte snel foto's van recente aankomsten uit het Westen die hun paspoorten brandden en jihadistische leuzen uitschreeuwden. Inderdaad, provocatie bleek een essentieel kenmerk van de IS-public relations, en de propaganda van de daad werd een al te veel voorkomende stijl: christelijke gemeenschappen in het Midden-Oosten vielen aan, de mannen werden gedood en vrouwen werden verkocht als slaven; Westerse journalist gegijzeld en later geëxecuteerd; een Jordaanse piloot brandde levend in een kooi; Egyptische Koptische christenen gegijzeld en onthoofd en massaal. IS gemaakte beelden van deze daden openbaar via sociale media en herdrukt in kwesties van Dabiq, het glossy, Engelstalige online magazine dat het in juli 2014 begon te publiceren.

De timing van deze daden leek opzettelijk gekoppeld aan de groeiende inspanningen, vanaf augustus 2014, van regionale en westerse machten om actie te ondernemen tegen IS-terrorisme. Toen een losse coalitie van strijdkrachten, georganiseerd door de VS, zich op IS-bolwerken begon te richten, bracht IS haar hoongelach en bloedvergieten op scherp. Voor IS was het tekenen van andere landen in de gevechten in Syrië en Irak een strategie om de chaos te verspreiden waarop het wereldwijde jihadisme bloeit. En verspreidde het: jihadistische groepen in Egypte en Libië beloofden hun loyaliteit aan Baghdadi en veranderden hun gebieden van regionale controle in "provincies" van de Islamitische Staat; en alleenstaande wolfaanvallen begonnen zich in het Westen te voordoen als geïsoleerde, ontstemde moslims acht slaan op de IS-oproep: "Als je een ongelovige Amerikaan of Europeaan-vooral de hatelijke en smerige Fransman -of een Australische of Canadese of een andere ongelovige van de ongelovigen voeren oorlog tegen de Islamitische Staat, vertrouwen dan op Allah en doden hem op wat voor manier dan ook, hoe dan ook "(Dabiq 5: 37).

Begin 2015 waren de coalitietroepen begonnen IS-strijders uit het grondgebied te duwen dat het voorheen bezette in Syrië en Irak, en over de hele wereld waren er publieke veroordelingen van IS door moslims. Woordvoerders van de coalitie beweerden dat het aanvallen van IS-leiders en achterban de kracht van de vijand had uitgeput en dat het slechts een kwestie van tijd was voordat IS verslagen zou worden. Maar welke tegenslagen IS ook heeft meegemaakt, zoals het verlies van de stad Tikrit in Irak, het herstelde zich drastisch midden mei, toen het Ramadi in Irak veroverde en vervolgens Palmyra, de oude Romeinse stad in Syrië. Nauwelijks waren deze steden gevallen of IS begon met zijn kenmerkende verbroederde inspanningen voor effectief bestuur: openbare executie van geïdentificeerde vijanden en verstrekking van sociale diensten. Rapporten geven aan dat nieuwe rekruten de regio blijven binnenstromen, ook vanuit het Westen, waar de oproep van IS tot jihad en martelaarschap nog steeds een vreemde aantrekkingskracht heeft die eenvoudig te verklaren is. Coalitieleiders blijven publiekelijk toegewijd aan het verslaan van IS en beloven hernieuwde militaire inspanningen, maar sommige commentatoren zijn al begonnen te praten over IS als een vaste waarde in de regio voor de komende jaren.

DOCTRINES / OVERTUIGINGEN

IS beschouwt zichzelf als het ware overblijfsel van de islam in de moderne wereld, en definieert haar overtuigingen grotendeels in relatie tot wat zij afwijst onder de dominante trends in moslimgemeenschappen, die zij als ongeloof beschouwt (kufr). Net als het islamisme, IS het kader van zijn bestaan ​​als een terugkeer naar of herstel van wat verloren is gegaan door moderne moslims vanwege de impact van secularisme en unislamic leiderschap. En net als het militante islamisme houdt het een reeks millennialistische ideeën en praktijken in stand die moslimgemeenschappen transformeren, zo niet de hele wereld, tot een slagveld tussen de krachten van het licht en de krachten van de duisternis. Dit slagveld kreeg territoriale specificiteit nadat ISIS de Islamitische Staat had opgericht en de traditionele verdeeldheid tussen de verblijfplaats van de Islam en de verblijfplaats van het ongeloof had opgeroepen (Dar al-Islam , dar al-kufr).

Na het instellen van het voorlopige kapitaal in Raqqa, begon IS een programma om religieuze functionarissen (imams en predikers) zijn 'methodologie van de waarheid' te leren. Degenen die waren geselecteerd om deel te nemen hadden eerder in deze rollen in het gebied gediend, maar ze hadden IS nodig sanctie om door te gaan. Het geselecteerde boek voor het seminar van een maand was geschreven door Sheikh Ali al-Khudair, een invloedrijke Saoedische Wahhabi-geleerde die bekend stond om zijn eerdere steun voor jihadistische activiteiten. Haar aantrekkingskracht berustte op haar stevige basis in de leer van de stichter van het Wahhabisme, Muhammad b. 'Abd al-Wahhab, en zijn bereidheid om het kwaad van de leeftijd aan te pakken en pleiten voor het uitspreken van de takfir (iemand een kafir, ongelovige, excommunicatie) verklaren tegen zondige individuen, zelfs als ze zich niet bewust zijn van hun zondigheid (Islamitische staat rapport 1: 3). Veel van de religieuze experts die bij IS zijn aangesloten, degenen die verantwoordelijk zijn voor het opvoeden van de moslimmassa en het geven van religieuze oordelen, zijn Saoedi's met een sterke toewijding aan de wahabitische doctrine van het koninkrijk, maar niet de koninklijke familie. In zijn publicaties werpt IS zichzelf op als Salafi-Wahhabi, met een sterke afkeer van 'afwijkende' innovaties die binnen de islamitische traditie naar voren kwamen na het leven van de vrome voorouders (al-salaf al-salih), devianten geïdentificeerd als Shi'i's, Asharis, Mu'tazilis, Soefi's, Murji'is en Kharijis.

IS omarmt de algemene focus van het salafisme op de eenheid van god (tawhid) en de afwijzing van alle overtuigingen of praktijken die afbreuk doen aan de goddelijke eenheid. Net als het salafisme besteedt het ook veel aandacht aan de details van tekstuele argumentatie, legitimeert het elke beslissing met verwijzing naar de koran en soenna en presenteert het de interpretatie ervan als de enige authentieke. Inderdaad, geloofsbelijdenis en morele zekerheid vormen de basis voor alles wat IS doet, en dienen als een sterk verkoopargument voor die moderne moslims die op zoek zijn naar duidelijkheid in een wereld van halve waarheden en leugens. De moslimidentiteit die IS biedt, kent zijn gelijke niet: het is onberispelijk in het vasthouden aan de juiste overtuiging en praktijk, en het wekt een gevoel van waarheid en rechtvaardigheid op dat een gemakkelijk oordeel van andere moslims mogelijk maakt (Haykel 2009: 33-38).

Het is niet verrassend dat religieuze leiders in een aantal landen IS hebben beschuldigd van Kharijis of het aannemen van Khariji-achtige tactieken, ensommige jihadistische groepen hebben de aanklacht ook genivelleerd, in een poging zich te distantiëren van bepaalde bloedige gewelddaden. Khariji's waren de eerste sectarische beweging die naar voren kwam in de islamitische geschiedenis (zevende eeuw), bekend om hun vrome ijverzucht, het doden van mede-moslims die als afvalligen worden beschouwd en rebellie tegen autoriteiten; de naam van deze sekte is in de moderne tijd opnieuw gewekt om radicalen als Sayyid Qutb te vervloeken en het debat over moslimextremisme vorm te geven (Kenney 2006). IS van zijn kant beschouwt de beschuldiging dat hij Kharij is als propaganda bedoeld om de moslimgemeenschap te verzwakken door onverzettelijk gedrag en ideeën door te laten gaan. Dientengevolge, schrikt het niet uit angst om als Khariji te worden bestempeld, van het beoordelen van afvallige moslims (het uitspreken van hen als ongelovigen, takfir) en hun bloed afwerpen. Om zijn betrokkenheid te tonen, heeft IS op twee manieren gereageerd op de beschuldigingen: ten eerste nam IS-woordvoerder Abu Muhammad al-'Adnani deel aan een formele uitwisseling van vloeken (wat in de islamitische traditie wordt aangeduid als mubahala ) die Gods straf vroegen of IS in feite Khariji was. Dit was onderdeel van een groter debat met andere jihadistische groeperingen, waarin een leider beweerde dat IS 'extremer was dan de oorspronkelijke' Kharijis (Dabiq 2: 20). Ten tweede heeft IS, in wat een vervaardigde situatie leek, een Khariji-cel blootgelegd die op haar grondgebied opereert en dreigt het kalifaat aan te vallen. De cel werd vervolgens "ontbonden en gestraft" volgens de islamitische wet, waardoor het lijkt alsof IS onrechtmatig geweld erkende (Dabiq 6: 31). Toch komt de verdediging van geweld, zelfs wrede vormen ervan, gemakkelijk tot IS. Het verbranden van de Jordaanse piloot die is neergeschoten tijdens een bombardementenrun op IS-gebied, is hiervan een goed voorbeeld. Als antwoord op veel islamitische critici die met afschuw vervuld waren door de videobeelden van de executie, legde IS een argument voor waarom de straf in feite was sunna, in overeenstemming met het voorbeeld van de profeet Mohammed (Dabiq 7: 5-8). Het ging gepaard met veel dezelfde interpretatieve verdediging na het ontvangen van kritiek voor het onthoofden van gevangenen. IS heeft ook consequent beweerd dat de islam een ​​religie van de jihad is, en niet een religie van de vrede zoals veel moslims beweren.

In overeenstemming met zijn bewegingsoriëntatie, heeft IS zijn geloofsovertuiging onthuld in de dynamische omgeving van gewelddadige conflicten waaraan het heeft bijgedragen. Sterker nog, zijn acties worden vaak afgebeeld als theologie / wet in actie, demonstraties van zijn verplichting, in tegenstelling tot andere moslimleiders en facties, om het comfort van dit leven en leven zelf te offeren om de moslimgemeenschap te zuiveren. Bovendien vraagt ​​het verhaal van IS over de huidige moslimconditie elke gelovige moslim actie te ondernemen. Het basisoverzicht volgt de Qutbiaanse kritiek op de moderne moslimmaatschappij (uiteengezet in Mijlpalen): het verdrinkt in een zee van jahiliyya (onwetende, pre-islamitische) zondigheid, onder toezicht van corrupte politieke heersers en gecompromitteerde religieuze functionarissen; Moslims zijn de weg kwijt en hebben dringend behoefte aan begeleiding, die alleen een voorhoede van toegewijde, ware gelovigen kan bieden; en jihad is de enige oplossing voor de eliminatie van deze jahiliyya-toestand die iedereen heeft besmet, dezelfde oplossing geïmplementeerd door de profeet Mohammed toen hij en zijn vroege volgelingen opstonden tegen hun heidense vijanden in Mekka. IS schrijft een nieuw hoofdstuk in dit verhaal door een veilige haven te creëren in de zee van jahiliyya, een islamitische staat waar het kalifaat is hersteld en de islamitische wet wordt gehandhaafd. Met deze nieuwe realiteit kunnen moslims eindelijk het leven van echte moslims leven. Of, als een kwestie van Dabiq maakt duidelijk dat moslims nu verplicht zijn om een ​​echt moslimleven te leiden. Het is de plicht van elke moslim (fard ayn) om te emigreren van jihiliyya naar de Islamitische Staat (Hijra), zich onderwerpen aan het gezag van de kalief en jihad voeren. De vorming van de Islamitische Staat en de verklaring van het kalifaat hebben nieuwe doctrinaire verplichtingen geschapen. Moslims mogen niet langer hypocriet blijven, samenwerken met ongelovigen, blijven besluiteloos en terughoudend van het deelnemen aan de jihad. De vorming van de Islamitische Staat en de verklaring van het kalifaat hebben "het uitsterven van de grijze zone" tot stand gebracht, net zoals de komst van Mohammed een duidelijke keuze maakte tussen jahiliyya en de islam (Dabiq 7: 54-66). Iedereen moet nu een beslissing nemen, er naar handelen en de consequenties onder ogen zien. Nalaten om te handelen is geen optie, want het betekent partij kiezen voor de ongelovigen en afvallig worden.

Voor IS nemen individuen die de hijra uitvoeren en de jihad opnemen, feitelijk deel aan een groter door God bepaald plan voor de mensheid dat zich in de regio ontvouwt: de komende grote strijd (al-malahim al-kubra) die het laatste uur voorafgaat en vonkt. Syrië is verbondenmet een aantal eindtijdprofetieën in de islamitische traditie, en IS heeft erop gewezen om het historische belang te demonstreren van gebeurtenissen die zich materialiseren binnen het kalifaat en om moslims te inspireren om deel te nemen. De titel van het IS-magazine, Dabiqverwijst bijvoorbeeld naar een site in Syrië, zoals blijkt uit de hadith, waar de laatste strijd tussen moslims en Romeinen (begrepen als christelijke kruisvaarders) zal plaatsvinden, en die zal resulteren in een grote moslimoverwinning, gevolgd door de tekenen van het uur: de verschijning van de antichrist (Dadjdjal), de nederdaling van Jezus, en Gog en Magog. Een provocerende verwijzing naar deze profetie, vermoedelijk gemaakt door Abu Musab al-Zarqawi, verschijnt op de inhoudspagina van elke uitgave van het tijdschrift: “De vonk is hier in Irak aangestoken en de hitte zal blijven toenemen, met toestemming van Allah, totdat het de kruisvaarderslegers in Dabiq verbrandt. "

IS speelt in op dit soort profetieën om de aandacht te vestigen op zijn unieke tijd in de geschiedenis en op de betekenis van de gevechten, in de eigenlijke Islamitische Staat en daarbuiten, die nu regionale en internationale machten hebben verstrikt. Elke kleine veldslag, elke inspirerende toespraak, elke nieuw uitgeroepen provincie, elke terroristische aanslag, elke militaire reactie van het Westen en elke nieuwe moslim die naar de Islamitische Staat komt, wordt weer een teken van profetieën die in vervulling gaan en de komende ultieme brand die zal eindigen met De wereldwijde overwinning van de islam. Zelfs een schijnbare schending van de islamitische ethiek biedt een gelegenheid om de unieke historische periode waarin mensen zogenaamd nu leven, te promoten. Toen IS Yazidi's ontmoette, een oud Mesopotamisch volk met een syncretische reeks religieuze overtuigingen en rituelen, in de provincie Nineve in Irak, behandelde het hen als polytheïsten (mushrikun), geen monotheïsten, en, volgens islamitische juridische uitspraken, geschikt om hun vrouwen tot slaaf te maken. Bij de bespreking van deze beslissing vestigde IS de aandacht op het feit dat "de slavernij is genoemd als een van de tekenen van het uur en als een van de oorzaken achter" de komende grote strijd (Dabiq 4: 15). Dit incident is in een later nummer van Dabiq door een vrouwelijke schrijver, Umm Sumayyah al-Muhajirah, die de beslissing verdedigde om vrouwen tot slaaf te maken en gebruikte het om IS-vijanden te beschimpen: "Ik schrijf dit terwijl de letters druipen van trots. Ja, o godsdiensten van kufr helemaal, we hebben inderdaad de kafirah-vrouwen aangevallen en gevangen genomen, en ze als schapen aan de rand van het zwaard gedreven ... Of dachten jij en je supporters dat we een grap maakten op de dag dat we de Khilafah op het profetische aankondigden? methodologie? Ik zweer bij mijn Heer, het is zeker de Khilafah met alles wat het bevat van eer en trots voor de moslim en vernedering en degradatie voor de kafir "(Dabiq 9: 46). De schrijver eindigt het stuk provocerend en beledigend terzijde, bewerend dat, als Michelle Obama tot slaaf zou worden gemaakt, ze niet veel winst zou maken.

Moslims die zich bij IS aansluiten, worden opzettelijk of niet, onderdeel van het mythische verhaal van de komende apocalyps, maar ze gaan ook een sociale wereld binnen, waarin mensen zijn uitgenodigd om echte levens te leiden, met gezinnen, huizen en banen. Via haar medieactiviteiten heeft IS moslims over de hele wereld opgeroepen om naar de pas opgerichte Islamitische Staat te emigreren en bij te dragen aan de enige plek waar moslims kunnen genieten van de vruchten van een echte islamitische samenleving, waar islamitische wetgeving wordt afgedwongen en moslimbroederschap komt van nature. Mensen met een professionele achtergrond waren specifiek gericht omdat ze de broodnodige vaardigheden voor de groeiende gemeenschap zouden brengen. De voordelen van het leven binnen de grenzen van de Islamitische Staat worden aangeprezen als materieel en spiritueel: nieuw aangekomen gezinnen zijn beloofde huizen (soms geconfisqueerde), mannen zijn beloofde echtgenotes (soms slaven) en sociale diensten werden opgericht om te zorgen voor de behoeftigen. IS is naar verluidt betaald voor de bruiloften en huwelijksreizen van sommige van zijn vechters. IS doet veel moeite om te laten zien dat het een werkbare samenleving heeft opgezet, met een islamitische politie, verzameling en distributie van liefdadigheid (Zakat), zorgen voor de weeskinderen en een bureau voor consumentenbescherming, met een nummer om te bellen met klachten (Islamitische staat rapport 1: 4-6). In een artikel met de titel "Een venster op de Islamitische Staat" getuigen beelden van mensen die zich bezighouden met het repareren van bruggen en het elektriciteitsnet, het schoonmaken van straten, de zorg voor ouderen en het verstrekken van kinderkankerbehandeling, die getuigen van de inspanningen van IS om te voorzien in de wereldse behoeften van moslims (Dabiq 4: 27-29). Een ander artikel met de titel "Gezondheidszorg in de Khilafah" beweert dat IS "de huidige medische zorg uitbreidt en verbetert" en heeft opleidingscentra geopend voor medische professionals in Raqqa en Mosul (Dabiq 9: 25).

Dergelijke alledaagse afbeeldingen staan ​​echter in schril contrast met andere promotionele verwijzingen naar het laatste gevecht en de eindtijd, enop foto's van gruwelijke onthoofdingen, massa-executies, steniging van overspeligen en martelaarschapsoperaties. Maar het is juist deze vermenging van het alledaagse en het moorddadige, van wereldse en millenniumverwachtingen, die IS-propaganda doordringt. Het leven van jihadisten in de Islamitische Staat moet naar het schijnt op de rand van de geschiedenis en de apocalyps worden geleefd.

ORGANISATIE / LEIDERSCHAP

IS werd geboren in een competitieve jihadistische omgeving, met talloze bewegingen en leiders die streden om rekruten en financiële steun aan te trekken. Ze opereerden allemaal onder vrijwel dezelfde islamitische vlag, gebaseerd op de leer van een reeks geradicaliseerde denkers, van Qutb tot Bin Laden. Onder leiding van Zarqawi onderscheidde ISI, de voorloper van IS, zich door zijn meedogenloze gewelddaden, grotendeels rechtstreeks gericht tegen de sjiitische bevolking van Irak. Toen IS de terugkeer van het kalifaat verklaarde en al-Baghdadi de kalief van die tijd noemde, onderscheidde het zich van andere militante groepen en creëerde het een legitimiteits- en opportuniteitscrisis binnen de jihadistische rangen. Of Baghdadi de beste persoon is om deze historische rol op zich te nemen, was (en is nog steeds) een ethische en juridische vraag voor veel jihadisten, en veroorzaakte kritische reacties. Vandaar de aandacht die in de eerste uitgave van Dabiq , die liep onder de titel "De terugkeer van Khilafah." Maar IS overtrof in feite de concurrentie en het debat over de legitimiteit van al-Baghdadi door de imago-oorlog op sociale media te winnen en door zijn aanspraken op autoriteit te ondersteunen met militair succes ter plaatse.

Vette aanspraken en gedurfde acties hebben deze beweging-annex-staat daarom getransformeerd in een vooraanstaande leiderschapsrol. Wat al-Qaeda ambieerde post-9 / 11 te worden, IS is een realiteit geworden, en het heeft dit gedaan door de regels van de militante islam te herdefiniëren: bewegingsstructuur heeft plaatsgemaakt voor staatsopbouw (een dramatische nieuwe schaal); onderscheid tussen "nabije vijand" en "verre vijand" is onbeslist geworden, want IS richt zich overal op vijanden; en de hele wereld heeft kennis genomen van de nieuwe dreiging omdat IS-rekruten wereldwijd rekruteren. Het lijkt erop dat IS daadwerkelijk kwetsbaar is voor aanvallen omdat het nu een infrastructuur heeft die kan worden getarget. Maar IS hoeft geen bepaald territorium te bezetten om als een kalifaat te functioneren. Anders dan moderne natiestaten die zich aan hun grenzen definiëren, kunnen de grenzen van het kalifaat verschuiven zonder de theoretische integriteit ervan te ondermijnen. Historisch gezien was de vorm van het caliphal-land op kaarten altijd aan het veranderen, net als de hoofdstad van het kalifaat. Het kalifaat, opnieuw uitgevonden in een tijdperk van natiestaten, lijkt anachronistisch, en dat is precies wat IS wil wensen. De moderne periode is niet goed geweest voor moslims, een beoordeling die sinds de negentiende eeuw het reformistische denken heeft aangezet. De islamitische macht en culturele grootsheid van de klassieke tijd vervaagden toen het Westen naar voren kwam als het centrum van wetenschap, industrie en wereldwijd kapitalisme. Door de moderne kaart van het Midden-Oosten en de structuur en taal van het bestuur te veranderen, hoopt IS opnieuw te wekken wat nodig is om de ware geest van de salafi-hervorming te zijn en de klok op de moderniteit te resetten. Het is een soort van fantasie, maar een die resoneert met velen die blijven worstelen met het verhaal van teleurstelling dat het moderne moslimbewustzijn heeft geïnformeerd.

Voor IS is leiderschap de sleutel tot deze reset omdat het zowel het mislukte model van seculier nationalisme dat de regio domineerde, als de noodzaak voor moslims om bestuurd te worden door een authentiek islamitisch model, benadrukt. Dit is een langdurige islamitische bewering dat IS geërfd en vervolgens erin geslaagd op te leggen, alhoewel het die gecompromitteerde islamisten verwerpt die via democratische structuren werkten om hun samenlevingen, zoals Mohammed Morsi in Egypte, te transformeren. Volgens IS is noch nationalisme, noch democratie verenigbaar met de islam; het kalifaat is het enige politieke antwoord en jihad is het enige middel om het te vestigen. De twee leiders die IS-credits zijn met het leggen van de basis voor de terugkeer van het kalifaat zijn Bin Laden en Zarqawi. Alle andere jihadistische groeperingen, waaronder Al-Qaeda onder Zawahiri, worden afgewezen vanwege hun bereidheid om met wereldlijke strijders te werken of om niet te erkennen dat het kalifaat is hersteld.

IS verankert zijn leiderschapsclaims in het traditionele islamitische discours, en werpt Zarqawi zelfs in de rol van reviver (Mujaddid ) van de islam, een populaire salafi-verwijzing die ook is gebruikt om bin Laden te beschrijven. De organisatiestructuur van IS laat echter zien dat het opnieuw tot stand brengen van het kalifaat veel heruitvinding met zich meebrengt. Afgezien van zijn naam, is hij niet authentieker dan die andere verzonnen traditie waarmee hij concurreert: de natie. In feite organiseert IS zichzelf en heerst over het gebied dat het bestuurt, net als een natiestaat. Het is een command-and-control-operatie doordrenkt met religieuze verwijzingen en figuren. Baghdadi fungeert als de "commandant en opperhoofd" of kalief, met advies van een kabinet (shura-raad samengesteld uit religieuze specialisten) en een reeks deliberatieve raden die verschillende overheidsfuncties bestrijken: leger, financiën, juridisch, inlichtingen, media, veiligheid …enz. Als kalief heeft Baghdadi ultieme autoriteit, hoewel hij in theorie door de shura-raad van zijn functie kan worden ontheven. Twee afgevaardigden hebben de autoriteit om de zaken in respectievelijk Irak en Syrië te presideren en er zijn gouverneurs benoemd om toe te zien op het dagelijkse bewind in de verschillende provincies. De precieze manier waarop orders langs de commandostructuur worden doorgegeven, blijft vaag, maar een recente schat aan informatie die tijdens een raid is hersteld, doet vermoeden dat IS manieren heeft gevonden om niet alleen door te gaan met het uitbreiden van zijn basisactiviteiten (Schmitt 2015). De organisatie heeft geleerd de door coalitietroepen veroorzaakte verliezen te weerstaan, haar command and control-infrastructuur, economische activiteit en stroom van rekruten te handhaven, wat wil zeggen dat het steeds meer als een staat functioneert.

Het is niet duidelijk in welke mate provincies buiten de aangrenzende grenzen van Irak en Syrië (bijvoorbeeld in Egypte, Libië en Nigeria) zijn geïntegreerd in de organisatiestructuur. Jihadistische groepen, zoals Boko Haram in Nigeria en Ansar al-Beit al-Maqdis op het Sinaï-schiereiland in Egypte, hebben zich trouw verklaard aan IS en profiteerden van zowel training als financiële steun. De langetermijnrelatie van deze provincies hangt echter ongetwijfeld af van de blijvende kracht van IS en de daaruit voortvloeiende voordelen van rebranding. Toch komt elke militante operatie die deze afgelegen provincies ondernemen, succesvol of niet, terug naar het beeld van IS en bevestigt het zijn bereik en macht. Ten slotte hebben sociale media een effectief middel geleverd om de organisatorische eenheid van deze perifere provincies met IS centraal aan te tonen. Twitter-account behandelt signaal provinciale identiteit en communiceert acties ondernomen onder het gezag van IS. En in Libië en Egypte zijn executievideo's gemaakt met jihadisten in zwarte outfits en de veroordeelden in oranje jumpsuits, die de dramatische enactments nabootsen die werden uitgezonden vanuit de woestijnen van Irak en Syrië. Dit is misschien meer symbolisch dan wezenlijk bewijs van organisatorische banden, maar de symbolische kracht van sociale media is al een effectief middel gebleken om moslims te overtuigen om de "reis naar de jihad" te maken (Taub 2015).

PROBLEMEN / UITDAGINGEN

IS is erin geslaagd politieke en sociale spanningen aan te gaan en te verergeren die al bestonden en de opkomst daarvan faciliteerden. Net als zijn mondiale jihadistische voorouder Al-Qaeda, heeft IS opportunistisch geëxploiteerd, profiterend van zwakke staten en druk uitoefende op etnische en sektarische afdelingen. Het voortbestaan ​​ervan hangt af van het voortzetten van deze strategie, zelfs als het probeert om de gebieden onder zijn controle als een staat te besturen. Op dit moment geven alle signalen aan dat IS veel langer op het toneel zal blijven dan velen eerder hadden verwacht. Sommige westerse commentatoren hebben zelfs gesuggereerd dat regeringen hun standpunt ten aanzien van IS opnieuw bezien en ermee gaan omgaan als een schurkenstaat in plaats van een terroristische staat. Zulke suggesties weerspiegelen de erbarmelijke omstandigheden in Syrië en Irak, de chaos van het Midden-Oosten na de nasleep van de Arabische lente en het gebrek aan tastbare vooruitgang tegen IS door coalitietroepen. Sektarische politiek heeft zowel Syrië als Irak effectief verdeeld en, zelfs als IS morgen zou worden geëlimineerd, zullen de verdenkingen en haat tientallen jaren voortleven. Geen enkel land zal waarschijnlijk terugkeren naar zijn grenzen vóór het conflict; de nieuwe geopolitieke status-quo zal de opkomst van een afzonderlijke soennitische staat, een fusie van gebieden met sunnitische meerderheid in Syrië en Irak noodzakelijk maken. Voordat deze opdoemende realiteit tot bloei kan komen, moeten de coalitiekrachten echter de huidige stasis overwinnen. Gerichte bombardementen hebben de grenzen van de effectiviteit ervan bereikt en westerse machten willen voorkomen dat hun troepen in grondgevechtsituaties worden geplaatst. Iraakse strijdkrachten zijn niet betrouwbaar gebleken, tenzij ze worden gesteund door Shi'i-milities, en de aanwezigheid van Shi'a-gevechten in het gebied met de soennitische meerderheid vormt een grote uitdaging gezien de sectaire kloof. Ondanks de uitingen van nationale eenheid en beloften van gedeelde macht, heeft de door Shi'i gedomineerde regering in Bagdad haar eigen Sunni-burgers niet kunnen winnen. De situatie in Syrië is niet beter, met een verscheidenheid aan rebellen, sommige seculiere en sommige islamisten, die de regering van Assad en al te vaak elkaar uitdagen. Op de lange termijn zal het verslaan van IS veel meer vergen dan een militair antwoord. Korte termijn terrorismebestrijdingsstrategie is geen vervanging voor politieke, sociale en economische hervormingen op lange termijn in Syrië, Irak en het grotere Midden-Oosten.

In de tussentijd is er een patstelling ontstaan, waardoor IS de tijd krijgt om zijn macht te consolideren. Het vermogen van IS om de gebieden onder zijn controle te beheersen en om de nodige diensten te verlenen, heeft veel waarnemers verrast. Maar de verrassing berust grotendeels op de veronderstelling dat IS inderdaad een jihadistisch-terroristische groep is, en als zodanig zijn haar inspanningen gericht op het ondermijnen van de soevereiniteit van bestaande staten in plaats van te proberen een eigen ontwerp te vestigen. IS heeft geprobeerd het discours en de structurele realiteit van het wereldwijde jihadisme te veranderen door een echte alternatieve politieke, sociale en economische modus van het moderne leven te creëren, een plek waar moslims kunnen emigreren om een ​​echt islamitisch leven te leiden, onder de bescherming van een emir die regeert volgens de islamitische wet. Volgens zijn eigen lezing van de jihadistische geschiedenis heeft IS precies datgene bereikt wat Osama bin Laden had bedoeld, eens alle juiste factoren waren afgestemd. En gezien in de bredere context van het islamisme, de politieke ideologie waaruit het wereldwijde jihadisme voortkwam, heeft IS aantoonbaar enkele van de statistische ideeën verwezenlijkt die werden aangedragen door figuren als Hasan al-Banna en Mawlana Mawdudi. Natuurlijk zullen deze grondleggers van het islamisme zonder twijfel het sectarisme en de brutaliteit van IS verontrustend vinden, zo niet walgelijk. Maar in het huidige historische moment zijn extremisme en goed bestuur relatieve zaken in het Midden-Oosten.

En hier ligt de diepere betekenis van de militaire dreiging van IS: het is een harde herinnering aan de langdurige mislukkingen van de natievorming in de regio, waaraan de internationale gemeenschap heeft bijgedragen, en aan het daarmee samenhangende potentieel van de islam / religie om moslims te destabiliseren. meerderheid van naties die nog geen werkbare staatsbesturen en relaties tussen religie en staat hebben. Kritisch bekeken is IS een manifestatie van de onrustige zaken van politieke en sociale modernisering, een feit dat IS maar al te goed weet. Haar eigen propaganda lijkt misschien een vreemde taal uit een andere tijd en plaats, maar het is een gecodeerd islamitisch discours gericht op bevolkingsgroepen die zijn afgestemd op zowel de frustraties van de moderniteit als de verschillende manieren waarop de islam is ingezet, vaak nogal cynisch, door een verscheidenheid aan actoren. nationalisten, neo-traditionalisten, secularisten, islamisten en nu jihadisten) om die frustraties aan te pakken. De bevolking die onder IS-controle staat, voelt zich misschien niet aangetrokken tot zijn jihadistische ideologie of harde interpretatie van de islamitische wet, maar mensen kunnen worden gewonnen of op zijn minst gepacificeerd met het verstrekken van elementaire menselijke diensten en een ordelijk, maar repressief, dagelijks leven. De vorige nationalistische regeringen stonden tenslotte niet bekend om hun verlichte heerschappij. IS speelt dus voor de tijd en probeert een beroep te doen op de dagelijkse behoeften en sektarische angsten van soennieten in de directe regio, om terrorisme elders aan te wakkeren en door te gaan met zijn sociale mediacampagne. IS heeft zichzelf veel geavanceerder getoond in het gebruik van sociale media en content messaging dan zijn tegenstanders (Mazzetti en Gordon 2015). IS is problematischer voor Arabische en westerse leiders en heeft een duidelijke boodschap en identiteit om te communiceren. En deze boodschap en identiteit worden krachtiger naarmate IS langer op zijn plaats blijft, want succes, en het loutere vermogen van een entiteit als IS om te overleven is een teken van succes, heeft het potentieel om meer ware gelovigen te creëren binnen de bevolking die het controleert en daarbuiten. .

REFERENTIES

Bin Laden, Osama. 2005. Messages to the World: The Statements of Osama bin Laden. Bewerkt door Bruce Lawrence. Vertaald door James Howarth. Londen: Verso.

Cockburn, Patrick. 2015. De opkomst van de islamitische staat: ISIS en de nieuwe soennitische revolutie. Londen en New York: Verso.

Creswell, Robyn en Bernard Haykel. 2015. "Battle Lines." The New Yorker, Juni 8, 15: 102-08.

Dabiq . Geeft 1-9 uit.

Devji, Faisal. 2005. Landscapes of the Jihad: Militancy, Morality, Modernity. Ithaca, NY: Cornell University Press.

Haykel, Bernard. 2009. "Over de aard van Salafi-denken en handelen." Pp. 33-57 In Wereldwijd salafisme: de nieuwe religieuze beweging van de islam, onder redactie van Roel Meijer. New York: Columbia University Press.

Islamitische staat rapport. Geeft 1-4 uit.

Kenney, Jeffrey T. 2006. Moslim rebellen: Kharijites en de politiek van extremisme in Egypte. New York: Oxford University Press.

Mazzetti, Mark en Michael R. Gordon. 2015. "ISIS wint de Social Media War, VS concludeert." The New York Times, Juni 13, A1.

Schmidtt, Eric. 2015. "Een inval op ISIS levert een Trove of Intelligence op." The New York Times, Juni 9, A1.

Taub, Ben. 2015. "Reis naar Jihad." The New Yorker, Juni 1, 38-49.

Weiss, Michael en Hassan Hassan. 2015. ISIS: In het Army of Terror. New York: Reagan Arts.

Wright, Lawrence. 2006. "Het meesterplan." The New Yorker, September 11, 49-59.

Geplaatst:
29 juni 2015


Deel